Nieuwe pagina 1

© copyright Jan Willemsen, F.J. van Oudheusden Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Meer licht 

op de fotoportretten van de families Molle en Kerkhoff

1. De opkomst van de middenstand en de fotografie in Nijmegen

De Nijmeegse Fotokring ‘Meer Licht’ werd 110 jaar geleden opgericht op 23 december 1893 in een tijd dat fotograferen een luxe was. Beter gesitueerde inwoners en leden van de middenstand werden lid van deze vereniging van amateur-fotografen en kochten hun toestellen en andere benodigdheden bij fotozaken die in Nijmegen in de tweede helft van de negentiende eeuw ingericht werden. 1)

De middenstand was in de tweede helft van de negentiende eeuw een sterk opkomende sociale klasse in Nederland. Hiertoe behoorden behalve bakkers, slagers en kruideniers óók verkopers van boeken, kleding, schoenen, linnengoed, bedden, meubelen en keukengerei, kortom van goederen waarvoor een ‘markt’ ontstond door de uitbreiding van de steden. Ook Nijmegen kon zich na 1874 uitbreiden na de sloop van de poorten en de ontmanteling van de vestingwerken. Brede singels werden aangelegd op de grond van de voormalige vestingwerken en fraaie woonwijken werden aangelegd met ruime woningen voor de welgestelden. Na de uitleg van de stad etaleerde Nijmegen zich als een ‘woonstad’ voor beter gesitueerden. De middenstand richtte voor hen winkels in met grote etalages en fraaie winkelpuien aan de Grote Markt, Hezelstraat, Burchtstraat, Broerstraat en Molenstraat. 

Tot de leden van de opkomende middenstand in de grote steden van ons land behoorden veel katholieke families, zoals de families Vroom, Dreesmann, Voss, Brenninckmeijer, Witte, Lampe, Molle en Kerkhoff, die uit Duitsland vertrokken waren niet alleen door de anti-katholieke houding van de regering in Berlijn tijdens de Kulturkampf, maar ook om economische redenen. De katholieken hadden het moeilijk in het Lutherse Pruisen en de door Pruisen bestuurde Rijnprovincie die aan het Rijk van Nijmegen grensde. Deze katholieke ‘Pruisen’ trokken naar Nederland om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Zij vonden hun emplooi in de verkoop van artikelen zoals kleding en benodigdheden voor de woning. Zij werden steunpilaren van het culturele verenigingsleven. Ook de Fotokring ‘Meer Licht’ had veel leden uit de middenstand. 

Om een indruk te krijgen van het ‘aanzien’ van deze families is een studie van de portretfotografie een aardig hulpmiddel. De portretfoto als historische bron. De middenstand liet zich namelijk graag vereeuwigen in kunstig gemaakte fotoportretten. Ook de Nijmeegse beroepsfotografen waren van Duitse komaf en behoorden zelf tot de middenstandsklasse. Uit deze tijd is een bijzonder fraaie collectie fotoportretten bewaard gebleven van de families Molle en Kerkhoff die op de Grote Markt woonden. Deze collectie geeft ons een goed beeld geeft van de vaardigheden van de Nijmeegse fotografen.

2. De komst van Duitse fotografen naar Nijmegen

In de tweede helft van de negentiende eeuw vestigden zich drie fotografen uit Duitsland in Nijmegen: Julius Schaarwächter, Wilhelm Ivens en Gerard Korfmacher. Zij begonnen met fotozaken die zij in de plaatselijke krant aanprezen als ‘Photographisch atelier’ om aan te geven dat zij op de eerste plaats ‘kunstenaar’ waren. Zij legden zich toe op de portretfotografie. Nieuwe fotografische technieken stelden hen in staat om voor het maken van een goed gelijkend portret de olieverf te vervangen door de camera. 

In 1865 opende Julius Schaarwächter (geboren in 1821) een fotozaak in de Brouwerstraat, later verhuisde hij naar Houtstraat. Hij was geboren in Barmen in Duitsland en via Berlijn kwam hij naar Nijmegen. Schaarwächter was actief als fotograaf én als fabrikant van fotobenodigdheden zoals fotopapier en chemicaliën. Daarnaast was hij uitgever en redacteur van het eerste fototijdschrift in Nederland De Navorscher op het gebied der photografie (1865-1876). Schaarwächter kan beschouwd worden als de pionier op het terrein van de fotografie in Nijmegen.

In 1870 kwam Gerard Korfmacher (geboren in 1835) uit Aken naar Nijmegen en opende een fotozaak in de Molenstraat. Een jaar later in 1871 begon Wilhelm Ivens (geboren in 1849) afkomstig uit Efferen in Duitsland, die in 1867 naar Nijmegen was gekomen, een fotozaak op de Doddendaal. Afbeelding 1 laat zien hoe het logo van zijn atelier eruit zag. De tweede afbeelding is het handelskenmerk van Gerard Korfmacher. 

 

 

Logo van het ‘Photographisch Atelier van Wilhelm Ivens

 

Logo van het atelier van Gerard Korfmacher

 

In 1877 vertrok Schaarwächter uit Nijmegen. Ivens nam nu zijn zaak over en verplaatste in 1878 zijn atelier van de Doddendaal naar de Houtstraat. 

Na het vertrek van Schaarwächter drukten Wilhelm Ivens en Gerard Korfmacher hun stempel op de verdere ontwikkeling van de fotografie in Nijmegen. Ivens werd de ‘hoffotograaf’ van de Nijmegenaren. Korfmacher maakte ook veel portretten, maar is vooral bekend gebleven door zijn foto’s van de poorten en vestingwerken die hij in opdracht van het stadsbestuur maakte vóórdat zij gesloopt werden. Er vestigden zich wel andere fotografen voor een kortere of langere periode in Nijmegen, maar zij wisten niet het niveau te bereiken van Ivens en Korfmacher.

3. Het ‘Photographisch atelier’ van W. Ivens

Wilhelm Ivens (1849-1904) heeft zich vooral toegelegd op de portretfotografie. Hij bouwde aan de Houtstraat een goedlopende fotozaak op. Door het atelier van Ivens zijn talrijke Nijmeegse families op de foto gezet. Het nieuwe medium gaf de inwoners van Nijmegen de gelegenheid zich ‘betaalbaar’ te laten vereeuwigen zonder dat er een schilder aan te pas kwam. Groot van formaat en pompeus ingelijst nam de foto de plaats in van het schilderij aan de wand. 

De klant kon kiezen tussen een visitekaartportret, een albumportret of een kabinetfoto. Van deze foto’s kon de klant een vergroting laten maken om in te laten lijsten. Bij voorkeur met een ovale passe-partout. Ivens besteedde veel zorg aan de artistieke kant van de foto. Attributen en achtergrond hielpen de foto tot een ‘kunstwerk’ maken. Het fotoatelier werd ingericht als een soort aards paradijs met veel gordijnen en andere rekwisieten zoals stoelen, tafeltjes, bloemstukken en zuilen die de te fotograferen persoon duidelijk in een andere omgeving plaatste dan hij of zij gewend was. Aan het plechtige gezicht is vaak goed af te lezen dat deze zich niet op zijn gemak voelde. Ontspannen poseren was blijkbaar een opgave. De geportretteerde persoon moest er zo voordelig mogelijk uitzien. Indien nodig werd de foto geretoucheerd met potlood of zwart krijt. Vóór 1890 werden de foto’s afgedrukt op albuminepapier, daarna werden andere technieken toegepast. Ivens hield de technische ontwikkelingen op zijn vakgebied nauwgezet bij. In 1904 overleed hij pas 55 jaar oud.

Zijn zoon C.A.P. Ivens werd in 1871 geboren. Kees Ivens wilde niet meer zelf fotograferen, maar zijn geld verdienen met het verkopen van fotoartikelen. Hij vestigde in 1894 een ‘Phototechnisch Bureau en Handel in Photographische Artikelen voor H.H. Amateurs’ in het pand Houtstraat 23 op de hoek met de Ganzenheuvel. Na zijn huwelijk met Dora Muskens, dochter van graanhandelaar George Muskens, richtte hij samen met zijn schoonvader de firma ‘Het Nederlandsch Fototechnische Bureau C.A.P. Ivens en Co’ op. Niet lang daarna verhuisde hij naar een pand in de Van Berchenstraat. Vanuit dit pand groeide een netwerk van fotozaken onder de naam CAPI met vestigingen in Nijmegen, Amsterdam, Groningen en Den Haag. Kees Ivens is jarenlang voorzitter en bestuurslid geweest van de Nijmeegse Fotokring ‘Meer Licht’. 

4. De families Molle en Kerkhoff op de Grote Markt

De families Molle en Kerkhoff zijn in de ateliers van Ivens en Korfmacher uitgebreid gefotografeerd. Herman Kerkhoff van de Grote Markt was bevriend met Wilhelm Ivens in de Houtstraat. Zij woonden niet ver van elkaar af. 

Beide families kwamen eveneens uit Duitsland. In 1868 kwam Johannes Augustinus Molle met zijn echtgenote Johanna Ruijters uit Neuenkirchen in Westfalen naar Nijmegen. Het echtpaar begon een zaak in manufacturen, bedden en matrassen op de Grote Markt met huisnummer 31, hoek Kannenmarkt. Het pand had een gevel met een winkelpui, twee verdiepingen met elk drie vensters en een klokgevel. De winkelpui zal omstreeks 1880 aangebracht zijn. Het echtpaar Molle kreeg in 1864 een zoon Johannes Bernardus Molle (1864-1940) die in 1899 huwde met zijn overbuurmeisje Maria Johanna Martina Kerkhoff (1873-1957). 

Haar vader was de graanhandelaar Herman Hendrikus Kerkhoff, afkomstig uit Kleef, en haar moeder was Cornelia Maria Johanna Bras. De familie Kerkhoff woonde op de Grote Markt in het pand met huisnummer 21, links naast de Kerkboog. De familie Bras was afkomstig uit Rotterdam, handelde eveneens in graan en woonde in een pand op de hoek van de Parkweg met de Lange Hezelstraat. Wilhelm Ivens maakte een portret van de kinderen van de familie Bras, wat op de volgende foto is te zien.

fotograaf: Wilhelm Ivens

Het pand van de familie Kerkhoff naast de Kerkboog werd in 1901 verkocht aan slager H.A. Martens. Herman Kerkhoff ging daarna met zijn vrouw wonen in een pand in de Parkstraat op de hoek met de Doddendaal. 

Het echtpaar Molle-Kerkhoff ging na hun huwelijk in 1899 wonen in een pand op de hoek van de Augustijnenstraat met de Houtstraat tegenover de Augustijnenkerk. Zij begonnen daar voor zichzelf met een winkel in manufacturen en bedden. In dit pand werden hun kinderen geboren. Vader Molle hield het niet lang uit in de Augustijnenstraat. Hij verhuisde in 1911 naar een pand in de Pauwelstraat met huisnummer 7. Drie jaar in 1914 later verhuisde de familie naar Arnhem. 

De beddenzaak op de Grote Markt werd voortgezet door de oudste dochter Anna Molle. Zij bleef ongehuwd en heeft het pand rond 1920 verkocht, waarna het werd afgebroken. In plaats daarvan werd een nieuw pand gebouwd waar nu een café in gevestigd is. De panden in de Augustijnenstraat en in de Pauwelstraat zijn verwoest tijdens het bombardement van Nijmegen op 22 februari 1944 en na de oorlog met het oog op de wederopbouw van de binnenstad gesloopt. 

5. De fotoportretten van de families Molle en Kerkhoff

De collectie bestaat uit 129 kleine foto’s (6,5 bij 10,5 cm) en 13 grote foto’s (10 bij 16 cm). Alle foto’s zijn genomen in het laatste kwartaal van de negentiende eeuw. De foto’s zijn opgeborgen in twee albums met donker bruine bladzijden achter een ovale uitsnijding versierd met een goudkleurige rand. Op onderstaande foto, gemaakt door Gerard Korfmacher, staat oom August Molle afgebeeld. De foto is waarschijnlijk rond 1880 genomen.

fotograaf: Gerard Korfmacher

We treffen onder de foto’s vele malen de naam aan van Gerard Korfmacher samen met het wapen van Nijmegen en die van Wilhelm Ivens samen met het schild van ‘hofphotograaf’. 

Op onderstaande foto, gemaakt door Wilhelm Ivens, staat Jacques Bras afgebeeld.

fotograaf: Wilhelm Ivens

Maar ook de namen van minder bekende Nijmeegse fotografen zoals Ch. Behr, P.H. Kouw, G. Stoof, A. Weidmann en A. Reelick. Daarnaast zijn ook enkele foto’s aanwezig van fotografen uit Kleef, Oldenburg, Münster, Rotterdam en Arnhem. 

De foto’s met volwassenen en kinderen zijn niet gedateerd, zodat het moeilijk vast te stellen is in welk jaar ze precies zijn gemaakt. Ook ontbreekt een nadere aanduiding van de geportretteerde personen. Dankzij de aanwijzingen van mw. Frederika Jorna-Molle, dochter van Johannes Molle en Maria Kerkhoff, is het thans mogelijk om de meeste familieleden te benoemen waardoor er ‘Meer Licht’ viel op deze unieke collectie fotoportretten van twee Nijmeegse middenstandsfamilies uit het laatste kwartaal van de negentiende eeuw. 2) 

Noten:

1) de gegevens voor dit artikel zijn afkomstig uit de volgende publicaties:

Leijerzapf, I., ‘Wilhelm Ivens, een fotografenleven in Nijmegen’, in: Numaga, 35(1988), nr. 3, p. 73-79.

Ivens, C.A.P., Foto-handboekje “Capi”. Bevattend: wenken, raadgevingen en recepten voor ieder die fotografeert, Nijmegen 1915.

Ivens, C.A.P., Onder den Stephanus. Jubileumuitgave bij het 25-jarig bestaan van CAPI, Nijmegen 1919.

Ivens, C.A.P., ‘De fotografie in de laatste 40 jaar’, in: Veertig jaren fotografie. Gedenkboekje der NAFV 1887-1927, Amsterdam 1927, p. 38-48.

Nooteboom Urias en André Stufkens, ‘De bron. Over de familie Ivens en Joris Ivens’ jeugd in Nijmegen’, in: Stufkens, A., e.a., Rondom Joris Ivens, wereldcineast, Het begin, 1998-1934, Nijmegen 1988.

2) de fotocollectie Molle-Kerkhoff is particulier bezit. De familie was zo vriendelijk auteur inzage te geven.

 © Jan Willemsen, F.J. van Oudheusden, Februari 2007

Reactiepagina
Reactie 1:

Evelien Jorna-Jacobse, 05-03-2016: Wat grappig....mijn stamboom vermeldt Joris Ivens en ook George Muskens! Mijn oma was een Muskens uit Gennep.
Zo komen twee families weer bij elkaar...

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: