TeWinkel

© Dick Jacobs; digitale bewerking 18-07-2017 Marcel van Dinteren / Stichting Noviomagus.nl

Herinneringen aan Te Winkel & Oomes

door Dick Jacobs

In 1952, nét komend van de MULO, ging ik op zoek naar een baan. Daarvoor moest je je toen inschrijven bij het Arbeidsbureau. Hoewel ik zeker wist dat ik niet de techniek in wilde (ik vond mezelf nl. behoorlijk a-technisch), moest en zou ik me bij het Arbeidsbureau laten toetsen. De uitslag: geschikt voor administratieve beroepen.

Het Arbeidsbureau had een vacature in die richting en adviseerde mij te solliciteren bij de NV Expeditie Te Winkel & Oomes aan de Waalkade.

We leefden toen in een zeer duidelijk andere tijd; ik heb nog lol als ik terugdenk aan de 'maatregelen' die mijn ouders destijds nodig vonden: omdat ik 16 jaar was vonden ze dat ik nu wel een lange broek moest. Het werd een plusfour -oftewel drollenvanger- in grijze ribcord. Een broek die tot vier duim (ongeveer 10 cm) onder de knie reikte (plus four). Tot die tijd had ik -toen heel gebruikelijk- nog steeds rondgelopen in een korte broek. Mijn moeder vond bovendien dat mijn vader mee moest naar het sollicitatiegesprek.
Op de dag van de sollicitatie wandelde mijn vader dus mee naar de Waalkade. Daar aangekomen vond hij dat ik het wel alleen afkon, "Thuis maar niks zeggen." Tijdens het sollicitatiegesprek liep hij de Waalkade heen en weer. Na afloop van het gesprek kon ik zeggen dat ik was aangenomen.


Het in de vijftiger jaren gebruikte briefhoofd.

Ik werd bij Te Winkel & Oomes aangenomen als jongste bediende met een maandsalaris van netto vijftig gulden (tegenwoordig 22,50 euro) per maand. Elke laatste werkdag van de maand ontving ik mijn salaris in een oude giro-envelop, waarop de baas met zijn hanenpoten de maand en het bedrag had geschreven.
Zoals toen gebruikelijk werkte ik op dit grote expeditiebedrijf 48 uur per week, waaronder ook de zaterdagochtenden. Je mocht vanaf je 14e gaan werken. Ik was zoals gezegd de jongste bediende, in een chique bui werd gesproken van hulpdeclarant. Veel vracht werd vervoerd van de Badische Anilin & Sodafabrik en de Farbfabrik Bayer, beide fabrieken komen uit Leverkusen.
Zittend met twee andere medewerkers aan een enorm groot bureau, werd het o.a. mijn taak om de geïmporteerde spullen, van met name bovengenoemde grote fabrieken, samen met de Douane in te klaren en daarna het vervoer naar bedrijven in Nederland te regelen.
Voor het importeren van goederen moesten invoerrechten worden betaald. Elke zaterdagochtend kreeg het bedrijf van de Douane een opgave van de te betalen belasting. Later op de ochtend fietste ik dan met een aktentas met duizenden guldens naar de Jan de Wittstraat om af te rekenen. Dat hoef je vandaag niet meer zonder beveiliging te proberen!

Twee gebeurtenissen uit die tijd zijn -achteraf gezien- vermeldenswaard:

Op een dag kreeg mijn baas, de heer G.M. Bossers, bezoek van een ambtenaar van de Dienst Sociale Zaken van de Gemeente. Ze wilden weten wat ik verdiende. Mijn vaders vader kreeg nl. van de gemeente een uitkering ('Steun' genoemd). Destijds werd er dan ook gekeken wat de kinderen aan inkomsten hadden. Mogelijk konden die dan een financiële bijdrage leveren. Omdat het toen de gewoonste zaak van de wereld was dat je je loon aan je ouders gaf, telde mijn inkomen dus voor de gemeente mee bij het beoordelen van de eventuele bijdrage van mijn ouders aan het levensonderhoud van mijn opa. De uitkomst van het onderzoek heb ik nooit gehoord, daar werd thuis niet over gepraat.

Op een dag was er discussie op kantoor. Alle daar werkenden discussieerden over het feit dat er met een klant Duits moest worden gesproken en vooral wíe dat zou moeten doen. Omdat iedereen daar een gruwelijke hekel aan had, het was tenslotte pas ongeveer acht jaar na de oorlog, was er maar één oplossing: de jongste bediende, ik dus.
Er moesten meubels, komend uit Doorn, vanuit Nijmegen naar Duitsland geëxporteerd worden. Een Duits sprekende man zou de meubels naar Duitsland begeleiden. Op de betreffende dag maakte ik tot mijn grote verbazing kennis met 'Der Herr Oberkammerdiener von seine Majestät Kaiser Wilhelm II'; een geheel in het zwart geklede Pruis, wiens naam ik niet onthouden heb en die ik helaas niet meer in Doorn heb kunnen achterhalen.


Kaiser Wilhelm II (1859-1941).
Gebalsemd en begraven in het mausoleum bij 'Huis Doorn'.
Het lichaam zal naar Duitsland worden overgebracht 'Als dit weer een koninkrijk is'.

Bij zijn vlucht uit Duitsland op 10 november 1918 bracht de keizer 21 wagons bezittingen mee. Met de Nederlandse regering werd afgesproken dat deze bezittingen uiteindelijk eigendom van het Nederlandse rijk zouden worden. Kennelijk is er na de oorlog toegestaan om enkele meubelstukken weer naar Duitsland terug te brengen. Aan mij dus de twijfelachtige eer de nodige papieren te verzorgen en de export van de meubels te begeleiden.
Het is trouwens best leuk om over Wilhelm eens op het internet te kijken; je weet niet wat je leest!

Ik heb uiteindelijk bijna twee jaar bij Te Winkel & Oomes gewerkt; eind 1953 trad ik in dienst van het Ministerie van Defensie. Vele jaren later zijn bovengenoemde gebeurtenissen eigenlijk pas echt voor me gaan leven. Je deed toentertijd wat je werd opgedragen, zonder vragen te stellen.

terug naar Gastredactie-overzicht

Reactiepagina
Reactie 0:

Dick Jacobs, 23-07-2017: Herinneringen aan Te Winkel & Oomes
Reactie 1:

Beppie Kessels-Vos, 06-08-2017: Ik weet van ter winkel en ooms dat mijn oom Frits van Doren er lang gewerkt heeft. Hij liep altijd met een potje lijm om de tonnen te plakken met etiketten. Wij waren nog kinderen en wij mochten niet aan de Waal spelen. Als oom Frits ons zag dan werd hij boos en kregen we thuis straf omdat we weer bij ten winkel en ooms hadden gespeeld. Maar het was wel leuk om te doen
Ik heb er leuk kunnen spelen al waren onze ouders er niet blij mee.
Reactie 2:

Dick Jacobs, 07-08-2017: Mevrouw Kessels: Uw oom, Frits van Doren (van Doorn?) herinner ik me nu ineens ook weer. Hij assisteerde de 'buitenman' van het kantoor, de heer T(h)eunissen. Hij werkte bij Te Winkel & Oomes al in de jaren 1952 en 1953, dus terwijl ik er ook werkte.
Hij bivakkeerde in een opslagloods aan het water tegenover het kantoor.
Tot één van mijn taken behoorde destijds het schrijven van adresetiketten. Frits plakte die vervolgens op tonnen, kisten e.d. Ik zie hem nog lopen met een grote emmer met -waarschijnlijk- beenderlijm. Uit de emmer stak altijd een grote bokkenpoot.
Ik begin deze site steeds leuker te vinden!!

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: