Oost75

© Jaap Mooi, boek Drukkerij Benda, internetbewerking 15-01-2014 Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

75 jaar Sportfondsenbad Nijmegen-Oost
1937-2012

herinneringen aan een bijzonder zwembad

door Jaap Mooi

vooraf · 1937 · begin · oorlog · Okko · granaten · na de oorlog · reünie · documenten · slot · reacties


Voorwoord

In de jaren 1968 tot 2000 was ik als leidinggevende verbonden aan Sportfondsenbad Oost aan de Van Beethovenstraat in Nijmegen. Aan die periode bewaar ik tal van dierbare herinneringen. Ik maakte de gloriejaren van het zwembad mee met extreem hoge bezoekcijfers, die vooral te danken waren aan het feit dat Oost in die tijd het enige zwembad in Nijmegen was. Daarnaast was zwemmen een goedkope en gezonde vrijetijdsbesteding, dat indertijd nog weinig concurrentie ondervond van andere sportieve activiteiten als fitness en nordic walking. En het beroemde winterbuitenbad, uniek in Europa, trok bezoekers uit de wijde omgeving van Nijmegen.

Ook toen waren er al zorgen over de conditie van de accommodatie. Het pand had immers in de oorlogsjaren het nodige geleden en de financiële mogelijkheden om te renoveren waren beperkt. Toch heb ik twee flinke verbouwingen mogen meemaken.
Verder staat de creativiteit van de medewerkers mij nog helder bij, die zich graag uitleefden in het bedenken van goede 1 aprilgrappen. Zo werd er eens vlak voor 1 april een speciaal badwater aangeprezen dat goed zou zijn tegen haaruitval. Een andere keer maakten we groots melding van een dolfijnenshow in het zwembad, waarna op 1 april het bad vol lag met plastic dolfijnen. Belangstelling kreeg Sportfondsenbad Oost ook van de landelijke pers toen het ‘Rubens zwemuur’ voor dames met een maatje meer werd ingesteld, wat overigens geen 1 aprilgrap was.

De relatie met de buurtbewoners is voor het zwembad altijd heel belangrijk geweest. Je zult immers maar tegenover een drukbezocht zwembad wonen met alle overlast van (parkerend) verkeer. Daarom werd bijvoorbeeld een nieuwjaarsborrel voor de buurt in ere gehouden en werd er een bloemetje aangeboden aan het begin van de lente.

Oost heeft de intieme, huiselijke sfeer altijd goed weten te bewaren. In de 75 jaar dat het zwembad bestaat, voelden velen het als hun zwembad. Zo hadden in de jaren zestig het Canisius College en het Dominicus College (internaten) hun eigen zwemuren op de zaterdagavond. En ook nu voelen zwemmers zich er thuis tijdens het schoolzwemmen of tijdens de uren speciaal voor senioren.

De persoonlijke aandacht voor elke bezoekende gast heeft altijd centraal gestaan in Sportfondsenbad Oost en nog steeds is dat zo. Dat is misschien wel het meest kenmerkende van dit monument aan de van Beethovenstraat.

logo sportfondsenbad


Jubilaris, proficiat met de 75e verjaardag.

Guus Kroon,
voormalig directeur
NV Sportfondsen Nijmegen

1937

Het is 1937. Het is het jaar dat Nijmegen een volwassen stad wordt door de bouw van een brug over de rivier de Waal. Het betekent het einde van het tijdperk van de veerpont. Een grote stap voorwaarts. Naast de aanleg van deze belangrijke brug worden nog talloze andere bouwprojecten gestart in het kader van de zogeheten werkverschaffing. Het zijn de crisisjaren en de werkverschaffing is ingesteld door de overheid om werklozen tegen een geringe vergoeding ongeschoold werk te laten doen. Zo wordt in het Goffertpark het Goffertstadion aangelegd. En in de Van Beethovenstraat wordt een nieuwe sportaccomodatie gebouwd, Sportfondsenbad Oost. Dit bad is het eerste overdekte zwembad in Nijmegen. Voorheen leerden kinderen zwemmen in een openluchtbad in de Waal. De opening van het bad vindt plaats op 20 februari 1937 door toenmalig burgemeester Steinweg. Het is een voor die tijd spectaculaire opening: vanuit het plafond wordt een grote druppel aan een touw neergelaten, waarna de druppel boven het bad uiteenspat. Uit de druppel valt een medewerker in het water. Deze drenkeling wordt vervolgens naar de kant van het bassin begeleid door een andere collega. Onder luid applaus is daarmee de opening een feit. Met trots wordt de vlag gehesen aan de grote vlaggenmast boven de ingang.

1937 was ook het jaar van mijn geboorte. Ik zag het eerste levenslicht op 7 augustus 1937 in de Van Beethovenstraat op nummer 41, recht tegenover Sportfondsenbad Oost. Mijn ouders waren begin jaren dertig vanuit Assen naar Nijmegen verhuisd. Ze namen hun intrek in een woning in de Jan van Galenstraat, maar al snel viel hun oog op de huizen die door Bredero’s Bouw Bedrijven werden gebouwd in de Van Beethovenstraat. In sommige gevels van deze huizen zie je nog steeds een driehoekige tegel met de letters van de bouwer: BBB. Mijn grootvader kwam met zijn T-Fordje vanuit Assen naar Nijmegen gereden om mijn ouders te helpen bij de inrichting van de woning. Nummer 41 was het geworden en pal daar tegenover was de plek waarvoor de bouwplannen al klaar lagen: het nieuwe overdekte zwembad.

Toen het zwembad was geopend, trok het direct veel mensen. Het bijzondere aan het bad was namelijk niet alleen dat het overdekt was, maar dat die overdekking er ook af kon. Het had een schuifdak, zodat je er in de zomer in de open lucht kon zwemmen. Ik hoor in mijn herinnering nog het gebrom van de elektromotoren die door middel van een gigantische drijfstang het hele dak op rails verplaatsten. Als je dan in de zomer op de hoge duikplank stond, had je een fantastisch uitzicht over de buurt!

De eerste jaren

Bruidspaar Rissenbeek

Mijn vader, Jelte Mooi, was er trots op dat hij tegenover zo’n mooi zwembad woonde. Hij vond dan ook dat er een zwemclub moest komen en hij was nauw betrokken bij de oprichting daarvan. Toen hij echter in de gaten kreeg dat er ook op zondag zou worden gezwommen, haakte hij af. Dat kon hij niet in overeenstemming brengen met zijn gereformeerde geloof.

Het zwembad gaf in die tijd ook al jaarkaarten uit. Daarmee kon je iedere dag en op ieder moment van de dag het zwembad in. Een jaarkaart kostte toen zo’n 35 gulden. Ik had ook zo’n jaarkaart. Ik trok daarom elke ochtend om 7 uur mijn zwembroek aan, rende naar de overkant en nam even een frisse duik.

Doordat ik zo vaak in het zwembad te vinden was, kende ik al het personeel. Ik herinner me onder meer Ben Heesbeen en zijn echtgenote, Henk Ringelstein, Okko Luidens, Jenny van Asch-van Es, Egbert Brendel, Wim Rissenbeek …

Veel mensen vonden hun grote liefde in en om het zwembad. Wim Rissenbeek bijvoorbeeld werd smoorverliefd op zijn collega Jopie Kool. Een huwelijk volgde en alle collega’s van het zwembad werden uitgenodigd. Ikzelf ben ook op hun bruiloft geweest. De oorlog was inmiddels uitgebroken en de spertijd was al van kracht. Het feest kon daarom maar tot acht uur ’s avonds duren. Ook konden we na dit tijdstip niet meer naar huis, zodat iedereen bij Wim en Jopie bleef slapen.

Duitse bezetting

De oorlogsjaren vormen een zeer belangrijk onderdeel van de geschiedenis van Sportfondsenbad Oost in Nijmegen. In de 75 jaar geschiedenis van het bad is het een relatief korte periode, maar de herinneringen aan die tijd tussen 1940 en 1945 zijn onuitwisbaar.

Een van de weinige personeelsleden uit die tijd die nu nog leeft, is mevrouw Jenny van Asch-van Es. Zij is inmiddels op hoge leeftijd en woont nog steeds in Nijmegen. Als negentienjarige kwam ze in 1942 in dienst van het Sportfondsenbad als kassière. Haar carrière was niet zo lang, want in 1947 nam zij ontslag.

Tijdens de bezetting huisvestte het Sportfondsenbad Oost jarenlang onderduikers. Zij hielden zich vooral schuil boven het plafond van het grote zwembad. Dat waren spannende tijden, aangezien de Duitsers regelmatig vijf meter onder hen aan het zwemmen waren. Na sluitingstijd klom een lid van het personeel via een laddertje in het donker naarboven. Door een luik werd er eten en drinken naar de onderduikers gebracht. En het was echt stikdonker, want op last van de bezetter waren alle ramen ook nog eens verduisterd. Op een dag kreeg Jenny van Asch-van Es de opdracht het ontvangen kasgeld van die dag op te bergen in de kluis.

Personeel met in het midden de voorman van de aannemer die toen een renovatie aan het bad uitvoerde

Van haar chef mocht ze absoluut geen licht maken, waardoor ze zich met een knijpkat moest bijlichten. Pas later, na de oorlog, begreep ze de vreemde gang van zaken.
In het kantoor bevond zich op dat moment een van de onderduikers. Als het licht aangedaan zou worden, was de kans groot dat Jenny hem ontdekt had. Voor alle veiligheid mocht Jenny niets weten van het bestaan van de onderduikers.

Meestal zwommen de militairen naakt in het zwembad. Als wij kinderen wisten dat zij aan het zwemmen waren, gluurden we door de ramen. Voor het eerst in ons leven zagen we blote mannen.
De heer Van de Pol, die in de Griegstraat woonde, zorgde er persoonlijk voor dat er kartonnen platen voor de ramen kwamen.
Tijdens de februaristaking van 1943 besloten de zwembadmedewerkers Dick Geurts, Egbert Brendel en Wim Rissenbeek het zwembad onklaar te maken. Zij lieten ruim 600.000 liter weglopen in het riool en saboteerden de pompen door deze los te koppelen. Ook verwijderden ze de zekeringen in de zekeringenkast. Dit tot grote woede van de Duitsers. Het sabotagetrio vluchtte en dook met de andere personeelsleden onder. Helaas voor de medewerker Okko Luidens kreeg hij niet de kans hetzelfde te doen. Voordat hij thuis was, hadden de Duitsers hem al te pakken en moest hij mee naar het bad. Met een pistool in zijn nek moest hij de zaak repareren. Toen het de eerste keer niet lukte om het water op te pompen, dachten de Duitsers dat hij ook probeerde om de boel te saboteren. Met moeite wist hij zijn belagers ervan te overtuigen dat de oorzaak aan de waterleiding lag. Het eerste water dat hij naar boven wist te pompen, was echter vies bruin. De geïrriteerde Duitsers zetten hem vervolgens tegen de muur, waarbij Okko Luidens ongetwijfeld heeft gedacht dat zijn laatste seconden wegtikten. Met zijn overredingskracht wist hij het toch voor elkaar te krijgen dat er iemand van de Gemeentelijke waterleiding kwam kijken.
Uiteindelijk geloofden de Duitsers dat Okko Luidens geen kwade bedoelingen had.
Omdat de personeelsleden die verantwoordelijk waren voor de sabotage niet gevonden werden, bleven de Duitsers voor het bad posten. Vanuit mijn slaapkamerraam zag ik hen staan met hun geweren in de aanslag. Af en toe zag ik de gezochte badmedewerkers langsfietsen. Diep in hun kraag weggedoken werden ze gelukkig niet herkend. De echtgenote van een van de saboteurs werd wel opgepakt en weggevoerd naar een concentratiekamp. Zij is nooit teruggekeerd.

Jenny van Asch-van Es heeft me later verteld dat de Duitsers de kwalijke gewoonte hadden om de Oostenrijkse militairen die in Duitse dienst waren, te treiteren. Als ze niet konden zwemmen bijvoorbeeld, werden ze gedwongen de hoge duikplank op te gaan om er daarna door de Duitsers vanaf te worden gegooid. Sommige Oostenrijkse soldaten werden tot bloedens toe gepest.

Zelf maakte ik mee hoe mijn nieuwsgierigheid door de Duitsers afgestraft werd. Op een zonnige morgen stond een peloton Duitse soldaten op de stoep voor het zwembad klaar om af te marcheren. Toen ik te dichtbij kwam naar de zin van de commandant, gaf hij me een enorme klap midden in mijn gezicht. Hevig geschrokken ben ik huilend naar mijn moeder gerend.

Okko Luidens

Een bijzondere mede­werker in het zwem­bad was de al eerder genoemde Okko Luidens.
Hij was een zogeheten machinist. Tegenwoordig zou hij medewerker technische dienst worden genoemd. Als kind zochten ik en anderen uit de buurt Okko Luidens vaak op. Hij was altijd druk in de weer in de machinekamer. Daar was het heerlijk warm.
De pompen stampten en het rook er naar chloor. Eenmaal is dit chloorgas hem bijna fataal geworden. De cilinders met chloor­gas werden geleverd uit Hengelo en vervolgens achter het bad neergelegd. De taak van de machinist was om die cilinders naar de machinekamer te rollen en aan te sluiten op de chloorketels. Die keer was een van de flessen waarschijnlijk niet goed afgesloten waardoor er chloorgas ontsnapte. Okko kreeg te veel van het gas binnen en raakte buiten westen. Gelukkig voor hem kwamen niet lang daarna juist een paar buurjongens, Eddy Hamer en Gerrit Kuin, de machinekamer binnen om een praatje met Okko te maken. Toen ze hem op de vloer zagen liggen, hebben ze hem snel naar buiten getrokken en zodoende zijn leven gered. Okko kreeg wat melk te drinken (als tegengif ) en Okko, nuchter als altijd, toog weer aan het werk.

Okko Luidens omstreeks 1940; Okko en Ina Luidens Bakker, trouwdag 22 november 1946

Okko Luidens is het langst machinist geweest van Sportfondsenbad Oost. Ook hij vond zijn grote liefde in de buurt van het zwembad. Hij trouwde met een meisje uit de straat, Ina Bakker. Dat had nog wel wat voeten in de aarde, aangezien zij gereformeerd was en hij niet. Toch hebben ze doorgezet en ze zijn samen heel gelukkig geworden.

Okko met zijn dochter Heleen, december 1956; Okko met zijn hond op het terrein naast het zwembad, omstreeks 1971

Okko Luidens reparareert de hoge duikplank


Ik zie Okko Luidens nog voor me, na het bombardement op 22 februari 1944 op Nijmegen door Amerikaanse vliegtuigen, hoe hij in de nog overeind gebleven hoge schoorsteen klom via kleine ijzeren beugels.
Vanaf dit hoge punt had hij een goed uitzicht op het brandende centrum van Nijmegen. Korte tijd later kwamen er mensen vanuit de brandende binnenstad naar het bad toe gevlucht, de meesten grijs van het stof.

Granatentijd

Truus Mast, tweede van links

In september 1944 werd Nijmegen onder zware gevechten bevrijd door de geallieerden. Ze vochten zich dwars door wijk Oost een weg naar de Waalbrug. Daarmee was de oorlog nog niet voorbij. Nijmegen werd daarna frontstad en vooral wijk Oost lag in de vuurlinie. Tot in maart 1945 regende het er granaten. In deze Granatentijd speelde Sportfondsenbad Oost wederom een grote rol in het leven van de buurtbewoners.

Meerdere gezinnen vonden een tijdelijk onderdak in de catacomben van het zwembad. De angst regeerde in die tijd. Mijn ouders en veel buurtbewoners uit de zijstraten waren bang dat als ze in hun huizen bleven, op een dag ook hun huis geraakt zou worden, met alle gevolgen vandien. Een aantal bewoners is toen op de toenmalige directeur van het bad, de heer Van de Pol, afgestapt met de vraag of ze tijdens de granaataanvallen in de zogeheten catacomben mochten schuilen. Na lang soebatten stemde de heer Van de Pol ermee in dat wij met de buurt naar het bad verhuisden.

De weduwe van kapper Jan de Vries vertelde me later over een bombardement dat ook hun huis had geraakt: ‘De hele straat lag onder vuur. Wij zijn toen alles kwijtgeraakt. Wij hebben na dit bombardement met de hele familie de nacht doorgebracht in de catacomben van het Sportfondsenbad.
Maar er waren meer gezinnen die het Sportfondsenbad als schuilplaats wisten te vinden. Zo kwam de familie Artz met nog dertig andere buurtbewoners naar het zwembad nadat hun huis op nummer 48 in de Bachstraat was getroffen.’ Een familielid van de familie Artz kon dat beamen: ‘Ook wij hebben met ons gezin enige tijd in de kelder gebivakkeerd. Daar hebben we nog veel bijzondere herinneringen aan. Wij hebben daar enige tijd verbleven nadat ons ouderlijk huis aan de Bachstraat 48 door een granaatinslag ernstig beschadigd was. Tijdens die aanval kwam een bij ons naar binnen gevluchte man om het leven en stierf ook zijn zoon in zijn armen. De bommen vielen overal. De bommen die op het naast het zwembad gelegen kerkhof neerkwamen, waren misschien wel voor het Sportfondsenbad bedoeld. Als die granaten in dat geval wel hun doel zouden hadden bereikt, zouden we allemaal verdronken zijn als gevolg van de honderdduizenden liters water die over ons heen zouden zijn gekomen.’ Die angst hadden de mensen allemaal die in de catacomben schuilden, maar toch gaf het ook een veilig gevoel om met buurtgenoten samen te zijn.

Familie Artz op bezoek in de catacomben, 1994


Ook de heer Van de Pol uit de Griegstraat (niet dezelfde dus als de directeur van het zwembad) schuilde regelmatig in de catacomben van het zwembad met zijn hele familie. Tot die familie behoorde ook juffrouw Mantel, een schoonzus van de heer Van de Pol. Zij runde een klein modewinkeltje aan de Daalseweg tegenover de Mozartstraat. ‘s Avonds mocht er gezwommen worden in het diepe bad. Het ondiepe bassin was verboden terrein, aangezien de bodem daarvan vaak bezaaid lag met glasscherven.
Ook de geallieerde militairen namen regelmatig een duik in het zwembad. Zij zwommen meestal naakt, dus werd er door de heer Van de Pol en door postbesteller Jan Mulder, die tegenover het zwembad op nummer 35 woonde, in de gaten gehouden of de meisjes niet stiekem naar die leuke jongens gluurden. Natuurlijk werd er ook regelmatig teruggekeken naar de mooie meisjes uit onze buurt. De zus van de heer Artz stelde eens een nichtje voor aan een Amerikaanse soldaat, waarop deze zei: ‘So, is that your cousin?’ De zus giechelde direct: ‘Oh Ellie, hij wil je kussen!’ Soms maakten we soep voor de bewoners van de catacomben. Op een dag stak ik met een pan soep de straat over, toen de heer Van Altena me net op tijd waarschuwde dat ik plat op de grond in de goot moest gaan liggen. Boven ons hingen laag overvliegende vliegtuigen van waaruit op de mensen werd geschoten. Ik ben blijven liggen terwijl de granaten om ons heen vlogen, met de warme soep tussen mijn armen, totdat ze vertrokken waren.

Toch was het voor mij als kind van zeven jaar een geweldige tijd. Wij kinderen werden verwend met chocolade en koeken, die de bevrijders voor ons meenamen als ze kwamen zwemmen.
Het leven ging voor een deel gewoon door, dus Sinterklaas en Zwarte Piet maakten ook hun opwachting in de catacomben. Dat maakte veel indruk op de kinderen. Indertijd speelde Zwarte Piet meer de boeman dan tegenwoordig. Zo werd een van de kinderen uit onze buurt, Frans Zeegers uit de Mozartstraat, door Zwarte Piet met een ketting om de pols meegenomen.
Ook werden er na verloop van tijd kerkdiensten gehouden in de catacomben.

Slapen in de catacomben deden we op provisorische bedden in de zogeheten pijpenla. Dat was een ruimte waar je je normaal bij grote drukte ook kon omkleden. Voor de ramen van de pijpenla werden de betonnen platen geplaatst die boven op de pilaren van het kerkhof lagen.
Zo hoopte men eventuele granaatscherven tegen te houden. Als kinderen moesten we natuurlijk op tijd naar bed, maar omdat alles zo spannend was in de catacomben, probeerden we wat tijd te rekken. Ik deed dat door midden tussen de buurtbewoners op mijn hoofd te gaan staan.
Als iedereen dan hard moest lachen, was het toch weer een beetje later geworden. Vaak was er dan ook nog wel een Amerikaanse soldaat die me wat chocola voor het slapen kwam brengen.

Af en toe kwam iemand van de Engelse geneeskundige dienst op bezoek. Hij verbaasde zich, bij een van zijn controlerondes, over het feit dat de meisjes onder het nachthemd nog een hemd droegen.
Hij vond dat om onduidelijke redenen niet gezond. Maar de jonge meisjes trokken dat onderhemd pas uit toen de controleur weer vertrokken was. Wij vonden het maar een vreemde opmerking.


De Van Beethovenstraat stond in die tijd regelmatig van voor naar achteren vol met militaire voertuigen waaronder grote amfibievoertuigen. Die had ik nog nooit gezien! Toen ik deze voertuigen voor het eerst zag, rende ik naar mijn ouders om daar uit te roepen dat er een autoboot in de straat stond! Mijn ouders schoten in de lach.
Ook weet ik nog als de dag van gisteren een ander voorval. Een aantal Engelse officieren was aan het zwemmen in het Sportfondsenbad. De chauffeur van de dienstauto met daarop een radiozendinstallatie, stond op zijn zwemmende bazen te wachten. Ik vroeg beleefd aan de chauffeur of hij een kopje thee lustte. Toen hij daarop bevestigend antwoordde, rende ik naar mijn moeder. Zij maakte het kopje thee, maar zei er direct bij dat ze geen suiker had. Dus toen ik de thee overhandigde, zei ik nog steeds heel beleefd: ‘My mother have no suker in de thee.’ De man bedankte me, pakte de thee aan en ging met de zendinstallatie aan de gang: ‘Abel Two, Abel Two, signal … over’, hoorde ik hem zeggen. Nu ruim 65 jaar later kan ik me deze woorden nog letterlijk herinneren.

Op een dag werden we gewaarschuwd dat een NSB’er vanaf het schuifdak lichtkogels de lucht in schoot. Deze actie had waarschijnlijk tot doel het zwembad te markeren, zodat de Duitsers er bommen en granaten konden lanceren. Een Canadese militair ging de man van het dak halen. Daarvoor moest hij een ladder op de hoge duikplank plaatsen, zo22 dat hij vanaf daar door een luik op het dak kon klimmen. Met getrokken pistool wist hij de man naar beneden te krijgen. Wij vonden het natuurlijk allemaal reuzespannend.


Een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Sportfondsenbad Oost is de dood van Truus Mast. Voor de deur van het Sportfondsenbad stonden een paar Amerikaanse legertrucks met munitie geparkeerd. Plotseling sloegen een paar granaten precies in op deze legertrucks.

Truus Mast


De scherven stuitten af op de motorkap van de gepan­serde leger­trucks en vlo­gen door de ramen van het zwembad de kassa in. Aan de kas­sa zat de nog pas vijftien­jarige Truus Mast, die van haar chef op haar post had moeten blij­ven zitten. Zij werd dodelijk getroffen.
Ook acht Amerikaanse soldaten lieten het leven bij deze aanslag. Als zevenjarig kind zag ik de omgekomen Amerikanen in de hal van het zwembad liggen. Het was niet de bedoeling dat ik geconfronteerd zou worden met deze aanblik, maar het badpersoneel kon niet voorkomen dat ik tussen de mensen door naar voren kroop. De eerder genoemde Jenny van Asch-van Es moest die dag Truus Mast om drie uur aflossen voor de avonddienst. Toen zij rond kwart voor drie bij het Sportfondsenbad aankwam, trof zij een enorme ravage aan in de straat. Binnengekomen zag ze dat alles onder het bloed van Truus Mast zat. Het personeel dat om drie uur moest beginnen, werd gevraagd alles schoon te maken. Het beeld van de dode soldaten en de getroffen Truus Mast heeft haar nooit meer losgelaten. Op dinsdag 14 november 1944 is Truus Mast ter aarde besteld op Rustoord.

Na de oorlog

Gelukkig kwam er na maart 1945 een einde aan de beschietingen en keerde de rust rond het Sportfondsenbad terug.

Na de oorlog kwam er een nieuwe groep zwemmers bij. Aan het begin van een nieuw studiejaar dromden bijna iedere morgen studenten samen bij de ingang van het zwembad. De nieuwe studenten die ontgroend moesten worden, stonden kaalgeschoren in rijtjes opgesteld, terwijl de ouderejaars hen de huid vol scholden. Na een aantal vernederingen mochten ze dan eindelijk gaan zwemmen. Als kinderen vonden we het leuk om daarnaar te kijken.

Voor ons jongens uit de buurt was het zwembad een belangrijke ontmoetingsplaats. Met Harry, Wim en Gerard van Rooy uit de Mozartstraat, Hans Kroes, Henk en Kees Okkerse en nog vele anderen heb ik er heel wat uurtjes doorgebracht. ‘s Avonds zaten wij met zijn allen op de stoep van het bad en zongen liederen als ‘Aan het strand stil en verlaten.’

In het zwembad zelf veranderde er door de jaren heen ook wel het een en ander. Toen het schuifdak steeds meer last kreeg van kuren, werd er besloten om het dak definitief vast te zetten en de motoren eraf te halen. Verder bleek de hoge duikplank (ook wel hoge wip genoemd) in een gevaarlijke hoek te staan. Als je niet oppaste, belandde je op de rand van het muurtje.
Toen dat op een dag Kees Okkerse ook werkelijk gebeurde en hij er een zware hersenschudding aan overhield, werd daarna de hoge duikplank weggehaald en vervangen door een lager exemplaar.

Na schooltijd kwam de jeugd vaak samen in het hokje van de fietsenstalling. Daar kletsten we wat met de beheerder, de heer Klein-Schipperhein. Op een dag toen de beheerder even van zijn plek was, ging een van de meiden op zijn stoel zitten, zoals er wel vaker geintjes uitgehaald werden. Die keer sprong dat meisje ineens van de stoel af om de deur met een klap dicht te gooien: met mijn vinger ertussen! Met een verbrijzeld vingertopje werd ik direct naar het Wilhelmina Ziekenhuis gebracht, alwaar de dienstdoende chirurg de vinger met draadjes weer aan elkaar heeft genaaid. Zo doet mijn linkerwijsvinger me nog altijd denken aan alles wat ik heb meegemaakt in het Sportfondsenbad.

Op een keer in de winter had het flink gesneeuwd en gevroren. Midden in de nacht werd ik wakker van het geknerp van voetstappen in de bevroren sneeuw. Mijn slaapkamer lag aan de voorkant van het huis, dus ik had een goed zicht op de straat. Zonder zelf gezien te worden, zag ik twee mannen over het hek van de rijwielstalling van het zwembad klimmen. Snel ben ik naar beneden gelopen om de politie te bellen. Met vier Volkswagens sterk kwam de politie even later polshoogte nemen. Het bad werd omsingeld en er klonken pistoolschoten. De twee mannen werden afgevoerd naar het bureau en nog geen kwartier later was er een agent aan de deur om mij te bedanken. Dankzij mijn adequate reactie had de polite een grote vangst gedaan. De volgende dag werd er ook nog een taart bezorgd namens de directie van het Sportfondsenbad.

Reünie 1994

Op 11 september 1994 is er een reünie gehouden voor oud-buurtbewoners van Sportfondsenbad Oost. Bij die gelegenheid is er een herdenkingssteen in de zijmuur van het zwembad geplaatst met het opschrift: De buurtbewoners september ’44 – maart ’45. Vele herinneringen zijn toen samen opgehaald aan al die bijzondere gebeurtenissen in ‘ons’ zwembad.

Mevr. d’Hondt, echtgenote van oud burgemeester Ed d’Hondt, bij de onthulling van de plaquette; Plaquette voor de onthulling
Links Guus Kroon in het midden organisator Jaap Mooi; Gezellig met z’n allen napraten.
Familie Artz wordt geïnterviewd door Radio Gelderland; Oud buurtbewoners gezellig bijeen

Documenten

Tot slot

De bouw van Sportfondsenbad Oost in een tijd van grote werkloosheid en onzekerheid bleek een gouden greep. Het heeft in de 75 jaar dat het nu bestaat veel voor de stad en de bewoners betekend. Vele duizenden mensen hebben hier leren zwemmen en hun zwemdiploma gehaald.
Een groot compliment is op zijn plaats voor alle medewerkers, vooral voor hen die in de oorlogsjaren onder zeer moeilijke omstandigheden hebben moeten werken. Dit mooie zwembad met zijn bijzondere historie wordt nu afgebroken. Ik hoop van harte dat de nieuwbouw aan de Kwakkenbergweg net zo veel zwemplezier zal geven.

De gemeente Nijmegen heeft de belofte gedaan om de herdenkingssteen te herplaatsen, bijvoorbeeld in een nieuw aan te leggen park. Bij deze wil ik de gemeente graag het voorstel doen om het park de naam ‘Truus Mastpark’ te geven, ter herinnering aan de dappere kassière van het zwembad die het leven liet tijdens een voltreffer door een granaat.

Graag wil ik de verschillende directies van Sportfondsenbad Oost bedanken die ervoor gezorgd hebben dat zo veel Nijmegenaren al die jaren het zwembad hebben kunnen bezoeken. Het zwembad was voor ons een plek waar we gelachen en gehuild hebben, maar waar we allereerst genoten van het zwemmen: een plek om lief te hebben.

Een extra woord van dank is aan de heer Guus Kroon, oud-directeur van Sportfondsenbad Oost, die door zijn inspanningen er mede voor heeft gezorgd dat de reünie in 1994 een groot succes werd door onder meer de onthulling van de gedenksteen. Het stemt mij verheugd dat hij het voorwoord van dit boekje heeft willen schrijven.
Ook bedank ik hierbij de huidige directeur, de heer Heino Jacobs, voor zijn welwillende medewerking.

Mijn bijzondere dank gaat uit naar de heer Wiet Benda, oud-directeur van Drukkerij Benda, die dit boekwerk gestalte gaf en ervoor zorgde dat het gedrukt werd.

Graag wil ik dit herinneringsboekje opdragen aan mevrouw Jenny van Asch-van Es.

Nijmegen, september 2011, Jaap Mooi
REAGEER


REAGEER

Redactie: lees ook het verhaal van Cees de Vos over Het Sportfondsenbad.

Reactie 1:

Cees Sprangers, 02-01-2014: Complimenten . . .

Reactie 2:

Jenny Mulderij, 18-01-2014: Wat leuk dat jouw boekje is gepubliceerd in noviomagum. Ik heb het ook gekocht en bewaar het voor altijd. Ben er erg mee in mijn sas. Ik had er elke week zwemles. Vanaf de van Nispenstraat lopen naar de van Beethovenstraat. Met mijnheer Schep, die voorop liep. Dankbare herinneringen

Reactie 3:

Hessel, 18-01-2014: Mooi hier te lezen over dit bad door de insiders en over haar geschiedenis. Als kind had je daar bepaald geen weet van. Ja het dak van het bad zou er afkunnen , maar ik heb het mooi .. nooit zien gebeuren…

Ja dat unieke sportfonds-(binnen)bad. ca 1955: wekelijks tweemaal als 6-7 jarige, om 6.45 uur, met vader en zus op stap. Via de Groenestraat waar -als er een krant voor het raam stond- mijn oom met ons meereed –weinigen hadden toen een auto- Deze dag: geen krant neergezet, dus dan in eigen familieverband door. De Beethovenstraat: chloorlucht en andere dampen van een zwembad sloegen ons tegemoet Snel omkleden, vleugen kilte, klapperende deuren van de hokjes, wat geschreeuw, - een hokje dat niet ‘op slot’ kon ,” schiet nou toch op” de anderen waren al omgekleed. Van verre hoorden we al wat ‘ volwassen’ geloei van een baantjestrekker in het bad . Douchen en dan steeds weer geattendeerd op het wat onsmakelijke voetenbadje tegen de schimmel; hierna omdraaien en vlot doorlopen , - voorzichtig- niet rennen bij de gladde tegels – uitkijken bij het diepe- , opspattende spetters van een stoere duiker en dan op weg naar het ‘eigen’ ondiepe. Leuk ?? Kurken, plankjes…. Geen onverdeeld plezier maar ‘het hoorde erbij’ en “mijn vader had vroeger nooit de gelegenheid gehad .. zoals wij nu‘ .

En inderdaad zwemles werd steeds algemener. Het schoolzwemmen vond m.n. in de klassen 4 en 5 van mijn lagere school plaats, dat betekent bij mij dus denk ik vanaf 1958 ?! (Dit dus in wat nu wordt aangeduid met de groepen 6 en 7 basisonderwijs.) Bij combinatieklassen werd hiervan overigens weleens afgewezen en had een groepje bv 3 jaar schoolzwemmen. Herinneringen: –onze klas met de bus van Toonen opgehaald: enthousiastelingen maar ook nogal wat water-bevreesden- zagen we in die reuze klassen van ons toen, slechts 2 soms 3 kinderen die min of meer konden zwemmen . Dat was in de eigen klas maar ook in de vorige zwemploeg en ook bij de school erna. Dus maar een enkeling in het diepe en de rest in het ondiepe of in de tijd opgeklommen naar het tussenbad. Een volledig omgekeerde situatie trof ik later bij schoolzwemmers aan waar nog slechts een enkeling ‘watervrij’ moest worden gemaakt. Ongetwijfeld een lastige onderwijssituatie maar toch ook met badmeesters en juffrouwen met m.i. wat rauwe schreeuwstemmen en bepaald niet altijd even pedagogisch reagerend : “he jij daar rooie, jij hebt zeker het zwarte garen niet uitgevonden ? ’.. als een uitroep naar een aarzelaar die zijn hoofd niet erg diep in het water durfde te laten zakken of die niet ‘aan de haak’ bleef hangen !!

Op deze plaats nu na al die informatie over 75 sportfondsbad enig relativering voor al die klasgenoten die hier regelmatig het water tot aan de lippen stond of die m.i. onnodige steken onder water kregen. Door dit boekje kennisname van het oorlogsgeweld dat dit zwembad ook blijkt te hebben gekend, ook de onderlinge collegialiteit va het personeel . Een andere kant van de medaille en zwemmen heeft onze generatie uiteindelijk ook goeddeels (zelf) wel geleerd. Dus gelukkig niet de kinderen maar nu dus wel het sportfonds-badwater weggegooid.

REAGEER
terug


 
Reactiepagina
Reactie 4:

Ton Bosch, 25-01-2014: ik heb hier via schoolzwemmen vanuit de lagere school op de Hengstdalseweg ook heel wat baantjes getrokken. Ik woonde toen in de Elzenstraat, ik heb daar dertig jaar gewoond en heb heel wat plezier in het bad gehad. Dit zijn leuke herinneringen, ik spreek hier over de jaren 1944 tot 1970. Ik ben nu 69 jaar en woon nu in Cuijk.
Reactie 5:

Toon Cornelissen, 18-02-2014: Zwembad-oost was voor mij vanaf ca. 6 jaar tot ca. 20 jaar mijn tweede thuis.
Hier heb ik mijn eerste drie diploma's gehaald.
Een van de gebeurtenissen die mij zijn bijgebleven is het bedenken van het zg. duitse-bommetje.
Het bekende knietje optrekken hetgeen ik nooit door niemand goed heb zien doen.
Het "bommetje" heb ik ontwikkeld op vakantie in Duitsland vandaar de naam.
Het succes zit in het feit dat je één knie optrekt met je handen en dat het lichaam ver achterover gaat, waardoor er een soort zweep effect onstaat en daardoor een waterzuil die ongekende hoogte kon bereiken.
Vanaf de lage duikplank het "bommetje" en de lamp in het plafond werd geraakt en knapte kapot, hoogte zo'n 5 meter.
De week erna weer, de volgende week zei men "als je het weer doet bellen wij de politie".
Dus weer en inderdaad de politie werd gebeld, "wat ben jij aan het doen?" Mijn antwoord was: "Zwemmen en springen, daar voor ben ik hier, het zou handig zijn als men die lampen afschermt."
Het was natuurlijk een kwajongensstreek waar ik toen nogal trots op was.
Zoals gezegd heb ik nog nooit iemand dezelfde techniek goed zien gebruiken.

Wij woonden in de Willem Heydtstraat een zijstraat van de Van 't Santstraat en ik zat op de "Leerschool" naast de school met den bijbel in de Van Nispenstraat. Vroeger werd alles lopend gedaan en de route die langs het zwembad liep heb ik 7 jaar gelopen.

In mijn herinnering was er een wat oudere vrouw badjuffrouw, een aardig mens, die wat last had van toevallen. Ze liep eens rond het bad en viel steil achterover (op de kant). Ik heb haar overeind geholpen. Dat was voor mij ca. 14 jaar een hele gebeurtenis omdat ik ook de enige was die het zag gebeuren.

Het laatste wat ik mij kan herinneren was dat wij, een hele ploeg elke zaterdag gingen zwemmen.
Ik ben nu 64 jaar oud en ik heb nog vele goede herinneringen aan die tijd, en evt. nog verhalen.
Reactie 6:

Marian van den Meydenberg, 10-03-2014: Dat is even 'a shock'!! Ik bedoel dat 't Sportfondsebad er niet meer is!! Wij gingen vroeger iedere zaterdag ochtend voor school nog zwemmen. Vaak op weg naar school in de winter bevroren onze haren!! Deze herinnering is van rond de jaren '60. Tot op de dag van vandaag vind ik nog steeds de reuk van chloor fijn vanwege de gepaard gaande herinneringen aan dit zwembad. Ik zal nooit vergeten dat ik 'n keer met 'n handstand van de hoge wip af ging. Ik landde met 'n klap in 't water en toen ik weer boven kwam was de badmeester kwaad aan 't fluiten! Dat was de eerste en de laatste keer van de hoge plank!! Maar duiken heb ik daar geleerd!! Nu hebben we zelf 'n zwembad(je) achter in de tuin en ik duik nog net zo graag. Ik ben 61 nu.
Reactie 7:

Toon Cornelissen, 13-03-2014: In de tussen ruimte vanaf de buiten deur naar het bad, stond een limonade automaat. Met zo'n reservoir met twee plastic sinasappels erin, die vrolijk ronddraaiden de hele dag.
Wij bekers verzamelen en 1 persoon gooit er een dubbeltje in. Op het moment van "doorlopen" trekt een ander de stekker er uit, waardoor het apparaat helemaal leeg loopt.
Nogmaals gezegd, wij vonden ons hele pieten dat we dat bedacht hadden.
Het was voor ons kattekwaad hetgeen met de wetenschap van nu echt niet kan.
Reactie 8:

Dick Byker, 28-03-2014: All woon ik al jaren in Canada since 1969, Japie Mooi ken ik nog wel, hij woonde tegenover het zwembad. Wel leuk om hen terug te zien.
Ik zat op school aan de van Nispenstraat.
Reactie 9:

Henk Kersten, 26-06-2015: Onlangs maakte ik een fotoreportage van het Truus Mast park.
Reactie 10:

Tonnie Smits, 24-12-2015: Hallo: In het begin van het verslag over het 75 jarig bestaan valt de naam De Heer Ben-Heesbeen en echtgenote, rond 1960 had ik verkering met hun dochter Joke. Weet iemand misschien waar deze mensen gebleven zijn en of ze nog leven?
bvba dank, Tonnie Smits
Reactie 11:

Jaap Mooi, 24-12-2015: Ben Heesbeen en zijn echtgenote hebben zich beiden na hun loopbaan als zweminstructeurs aangesloten bij de Jehova Getuigen. In die hoedanigheid ben ik ze een maal tegengekomen terwijl ze met een groep anderen bij de mensen aanbelden met de Wachttoren.
Joke Heesbaan die ik ook heb gekend, heb ik nooit meer gezien, weet ook niet of ze nog leeft. Henk Ringelstein, een collega van Ben, woont nu vlak bij de Waalkade in de benedenstad. Die weet misschien veel meer. Als je eens informeerd bij de groep Jehova Getuigen in Nijmegen, die weten misschien het adres van de familie Heesbeen.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: