Nieuwe pagina 1

© copyright B.F.J. Siebenheller, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Introductie boek Canisiusziekenhuis

Het Sint Canisiusziekenhuis in oorlogstijd 1940-1945

In de oorlogsjaren had het ziekenhuis een zaal (de Zanderzaal) vol prostituees. Deze gasten kwamen binnen met een Einlieferungsschein van de Wehrmacht en werden altijd vergezeld door een rechercheur tot na het inschrijven. De meeste waren vlotte montere typen die hun ziekenhuisopname afdeden als bedrijfsrisico. Vaste klant was "blonde Kšthe", die vrolijk kwam binnen lopen en begroette als bij een lang verhoopt weerzien. Aan het einde van haar onvrijwillige logeerpartij, na tweemaal negatief te zijn geweest, wandelde zij de ziekenhuispoort uit om meteen bij de tramhalte op de St. Annastraat weer Anschluss te maken met een soldaat. Zo ging voor haar het leven verder. Soms werd bekend dat meisjes van 6 - 7 jaar er al op uit werden gestuurd om klanten te werven voor hun moeder, die thuis ook "zat".
Op het zaaltje was de stemming zeker niet in mineur en de oudere religieuzen die er de leiding hadden begrepen maar al te goed dat ze hier niet te maken hadden met begijntjes. Ze waakten met zorg tegen mistoestanden en ruwe gesprekken en hadden zodoende hun handen vol. Herenbezoek op een damesafdeling wordt altijd met argusogen bekeken. Zodra deze heren de vrouwen benaderden met de smoes van "ik ben haar broer", werden ze onverwijld afgevoerd. De dames hielden zich niet altijd aan hun bed maar liepen ook in de binnentuin met hun "broer". Wel was het zo, dat als het jongste zustertje op zaal kwam deze volledig werd ontzien, geen onbehoorlijk woord of iets dergelijks. De dames leefden altijd mee met het wel en wee van de zusters, gaven bloemen etc.

Het hulpziekenhuis van het Canisius in het Oud-Burgeren Gasthuis in de Walstraat vlak voor het einde van de bezetting van Nijmegen.

(......) Plotseling trilden de gebouwen van het ziekenhuis op de grondvesten en daverend, oorverdovend waren de explosies waardoor een ieder in huis ineendook wetende dat het dit keer echt rake klappen waren, en goed raak ook. Boven de stad tekende zich zware rookkolommen af en het werd stil, onheilspellend stil. Een ieder in huis wist wat dat betekende, het signaal veilig, dan veel mensen op straat, de bommenÖ.maar wist ook wat hen te doen stond.
Zo ook het personeel dat net aan tafel was gegaan, geen hap meer maar direct naar de eigen afdeling en de aangewezen post. Het was al zo vaak geoefend, maar nu zou het ernst worden.
Een stem buiten riep "het is de Burchtstraat, de Molenstraat en het station" en even later zag men met ontzetting en knikkende knieŽn de eerste vrachtauto met gewonden het terrein op draaien om hun droeve vracht af te leveren. De slachtoffers werden overgeheveld in ijlings uitgestoken armen, die hen op de brancards legden en wegreden. Wťťr een auto, nog ťťn en nog ťťn, de stroom voertuigen hield maar aan(....).

De restanten van de kapokfabriek na 2 oktober 1944

Voor het eerst zag het ziekenhuispersoneel zich en dan ook nog zo plotseling, geplaatst voor een bovenmenselijke taak om deze tientallen gewonden en stervenden te helpen. Er ontstond in aanvang een grote chaos, de hal en de aangrenzende gangen en ruimten lagen vol gewonden. Ook in de andere gangen waren aan weerszijden slachtoffers tegen de muren gelegd. En de chaos werd nog eens vergroot door de grote groep hulpverleners en door mensen die het gebouw binnen gingen op zoek naar familieleden en bekenden. Op de Eerste Hulp waren doktoren en assistenten bezig met het selecteren van de binnenkomende gewonden. Andere helpers verplaatsten de geselecteerden naar de polikliniek of naar de operatieafdeling. Alle polikliniekdeuren stonden wagenwijd open en ůůk daar werd hulp verleend. De rector en de te hulp geschoten priesters bukten zich en absolveerden. In de wachtkamers van de polikliniek werden zij neergelegd waarvoor alle menselijke hulp te laat kwam en dat waren er velen. De operatiekamers waren, met geopende deuren, volop bezet en er werd gewerkt in een wanhopige poging te redden wat er te redden viel.
Daar doorheen liepen doktoren, verpleegsters en helpers die optilden, wegdroegen en weer nieuw slachtoffers brachten. Op zeven operatietafels werd gelijktijdig gewerkt en deze waren onafgebroken bezet zolang de chirurgen en hun assistenten konden werken. Zij kenden echter geen vermoeienis, daar was de stoet gewonden te groot voor.

Het Wilhelmina Ziekenhuis dat door inslagen van twee van granaten zwaar gehavend was kon geen vluchtelingen opnemen en moest zelfs bij de aanval op de stad de nog hier aanwezige patiŽnten over-brengen naar het Canisius. Daar het ziekenhuis in de vuurlinie van de Waalbrug lag was dit overbrengen niet geheel zonder risico. Die dag was er hevig gevochten om deze belangrijke brug. Uiteindelijk viel deze onbeschadigd in handen van de geallieerden, de strijd was toen beslecht en met een paar uur was de stad verlost van de overheerser. Ondanks dat de kelders in het Canisius Ziekenhuis stampend vol zaten werd geen der vluchtelingen de toegang geweigerd. De aanwezige patiŽnten, soldaten, personeel en familieleden, allen moeten voorzien worden van eten en drinken. De keuken, die onder normale omstandigheden al te klein was, werkte de gehele dag op volle toeren en geraakte meerdere keren overbelast. Tot overmaat van ramp werd gedurende een dag of tien ook voedsel gevraagd voor de mensen die in de schuilkelders in de stad zaten. Toen moesten dagelijks 2500 ŗ 3000 mensen van eten worden voorzien en er waren zelfs dagen bij van 4000 te voeden personen. Het ziekenhuis was niet zoals de stad verstoken van water en elektriciteit. Op verzoek van de plaatselijke overheid kookt het ziekenhuis in die periode ook nog voor ca 300 zuigelingen pap.
De gehele dag stonden mensen in de rij bij de keuken met grote flessen en kannen voor water en zelfs voor de ramen op het plein met tassen en pannen voor het eten. Op die dagen dat de moed je in de schoenen dreigde te zinken gaf de spreuk,

"Ook de zwaarste last wordt licht als het hoofd blijft opgericht" je weer houvast. 

In mei 2000 verscheen het boek "Het Sint Canisiusziekenhuis in oorlogstijd 1940-1945" .
Het is een bijzonder boek van 128 pagina's (gebonden|) over de oorlogsjaren waarin dit ziekenhuis een uitermate belangrijke rol heeft gespeelt bij zowel de ramp van 22 februari 1944 als tijdens de invasie. Veel belangwekkende informatie wordt gegeven en ondersteund door een groot aantal unieke foto's en afbeeldingen. Voor de Nijmegenaar en voor de liefhebber van oorlogsinformatie een goed naslagwerk. 
Bovenstaand zijn een aantal meeslepende fragmenten uit het manuscript gegeven. Naast het goede gedocumenteerd zijn is het boek ook heel verhalend geschreven en voorzien van een aantal aansprekende anecdotes over het wel en wee van dit zo zwaar beproefde frontzieken-huis dat, vooral in de periode 1944-1945, duizenden patiŽnten opving uit het overgrote deel van oost- en zuid Nederland. Vele Nijmegenaren werden daar liefdevol behandeld, verpleegd en gevoed.

Van dezelfde schrijver verscheen in april 2001 een 96 pagina tellend boek over de geschiedenis van de kapellen van het Canisisus Ziekenhuis onder de titel "De teloorgang van een Monument". Voorzien van een groot aantal afbeeldingen in zwart-wit en kleur.

B.F.J. Siebenheller
Rozenbroek 19 
6759 DA Milsbeek

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: