© copyright Paul van der Zee, Digitale bewerking; Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

De Vrede van Nijmegen in penningen

De Hollandse oorlog hield west Europa in haar greep tussen 1672 en 1678. Met een serie verdragen, gesloten in 1678 en 1679 in het stadhuis van Nijmegen, kwam daar een einde aan. Deze verdragen, "De Vrede van Nijmegen", waren van
zeer groot belang. Nog regelmatig wordt in diverse landen de Vrede van Nijmegen herdacht, maar in Nederland schijnen we hem vergeten te zijn. Ter herinnering aan deze zeer belangrijke verdragen werd in veel landen penningen en munten geslagen. Museum Het Valkhof heeft een collectie penningen, maar Paul van der Zee vond veel exemplaren die bij het museum onbekend zijn. 

Voor een overzicht klikt u hier. 

Het overzicht is ook opgenomen in de 2009 editie van de muntencatalogus Nijmegen: http://stores.lulu.com/munten 

Het deel van Paul van der Zee's boek "Muntencatalogus Nijmegen" over de Vrede van Nijmegen is voor websitebezoekers van Noviomagus.nl GRATIS te downloaden. (pdf-bestand 4Mb). Wilt u de Muntencatalogus Nijmegen in uw bezit krijgen, kosten ca 40 Euro, neem dan contact op met Paul van der Zee

De Vrede van Nijmegen

De Hollandse Oorlog (1672-1678) was een oorlog tussen Frankrijk en de viervoudige alliantie van Brandenburg, het Heilige Roomse Rijk, Spanje en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
De oorlog brak uit in april 1672, toen tegelijkertijd Frankrijk, Engeland, het bisdom Münster en het Aartsbisdom Keulen de Republiek aanvielen. De coalitie, ontstaan door het geheime verdrag van Dover stond onder leiding van koning Lodewijk XIV van Frankrijk. Hij wilde Frankrijk uitbreiden tot wat hij als de natuurlijke grens beschouwde, de Rijn. Het bisdom Münster had aanspraak op gebieden in Noord-Nederland, bijvoorbeeld Westerwolde.

Dit omvangrijke anti-Nederlandse bondgenootschap zou een mislukking zijn van de buitenlandse politiek van Johan de Witt, die onvoldoende begreep hoe diep gegriefd de Franse koning Lodewijk XIV zich voelde door zijn op beteugeling van de Franse expansie gerichte buitenlandse politiek. Het bondgenootschap met de bisschoppen van Keulen en Münster maakte het de Fransen mogelijk om de Republiek vanuit het oosten aan te vallen, langs de Rijn. De Fransen rukten op met een leger van misschien wel 120.000 man sterk, een van de grootste legers die Europa tot die tijd had gezien. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden had haar landleger en vloot verwaarloosd. De IJssel-linie hield niet lang stand en de Franse troepen drongen door tot in het hart van de Republiek. Zelfs de stad Utrecht werd door de Fransen bezet. Alleen de inundatie van de Waterlinie verhinderde de Fransen om in Holland zelf door te dringen.
De Franse gravure op de voorpagina laat zien dat op 9 juli 1672 Nijmegen door de Fransen werd bezet. 

In Holland brak door de oorlog een niet geheel spontane volksopstand uit. De Oranjepartij, zelf sterk door de Engelsen gesteund, gebruikte deze situatie om een staatsgreep te plegen. In veel plaatsen werden de regenten er vals van beschuldigd zich tegen betaling over te willen geven aan de Fransen. Dezelfde beschuldiging werd tegen Michiel de Ruyter ingebracht; hij zou de vloot aan de Fransen hebben willen verraden. In Den Haag werd de raadpensionaris Johan de Witt samen met zijn broer Cornelis vermoord: een volksmenigte werd opgehitst door orangisten en drong de gevangenis binnen waar Cornelis onder valse beschuldigingen wederrechtelijk werd vastgehouden. De situatie wordt wel omschreven als: Het volk was radeloos, de regering redeloos en het land reddeloos. Het Eerste Stadhouderloos Tijdperk eindigde toen Prins Willem III de nieuwe stadhouder werd, en voor De Republiek de leiding van de strijd tegen Frankrijk op zich nam.
In tegenstelling tot wat de Fransen en Engelsen hadden verwacht, bleek Willem III geen marionet in hun handen, maar een Nederlands patriot. De schrik over de Franse inval zat er bij de Nederlanders diep in. Willem III zou na de Hollandse Oorlog de spil worden van de anti-Franse coalitie in Europa, die in de Negenjarige Oorlog en de Spaanse Successieoorlog het Franse expansiestreven toch een halt zou toeroepen.
Een nieuwe coalitie tegen het expansionisme van Frankrijk ontstond tussen Leopold van Oostenrijk, keizer van het Heilige Roomse Rijk en de keurvorst van Brandenburg. Toen deze coalitie later door toedoen van Brandenburg uit elkaar viel, werd een nieuwe coalitie tussen Spanje en verschillende Duitse prinsen opgericht. De in het centrum van De Republiek gelegerde Franse troepen raakten hierdoor geïsoleerd, omdat hun aanvoerlijn langs de Rijn bedreigd werd. Om een andere verbindingslijn op te bouwen, sloegen de Fransen in 1673 het beleg om Maastricht, welke stad zij ook veroverden.
De bisschop van Münster, Bernhard von Galen kon zonder veel verzet doortrekken naar de stad Groningen. De Ridderschap van Overijssel gaf zich zonder slag of stoot over. Ook Drenthe werd bezet.
De stad Groningen bood echter weerstand onder leiding van Carl von Rabenhaupt, baron van Sucha (1602 - 1675). De strijd werd van beide zijden vooral gevoerd met de artillerie. Hieraan heeft Bernhard von Galen zijn bijnaam Bommen Berend te danken. Het beleg duurde vier weken, waarna de bisschop van Münster het beleg opgaf nadat hij de helft van zijn leger had verloren, deels wegens gevechten met de vijand, en deels wegens het slechte weer.
Von Rabenhaupt en Von Galen bleven tot 1674 elkaar op verschillende plaatsen treffen, waarbij Von Rabenhaupt bij Veldhausen een nederlaag leed. Hierna grepen de coalitiegenoten van De Republiek, Leopold van Oostenrijk en Brandenburg, in. Voor de oorlog met Münster wordt ook wel de naam Tweede Münsterse Oorlog gebruikt. Hiervoor sloot De Republiek op 11 april 1674 vrede.
Michiel de Ruyter versloeg de Engelsen op verschillende plaatsen. Op 22 april 1674 sloot Nederland vrede met Engeland: De vrede van Westminster.
De oorlog van De Republiek met Frankrijk en Keulen werd beëindigd met de Vrede van Nijmegen van 1678. Bij dit verdrag gingen Franche-Comté en het westelijkste deel van Vlaanderen over van Spaanse in Franse handen. Frankrijk gaf Maastricht terug aan de Verenigde Provincies en in ruil daarvoor mocht de katholieke godsdienst vrij worden beleefd binnen de Verenigde Provincies.
Een gevolg van de oorlog, waarin door de invallende mogendheden vele kerken tijdelijk werden teruggegeven aan de katholieken, was een groeiend besef bij de Nederlandse autoriteiten dat de loyaliteit van de grote katholieke minderheid van essentieel belang was. Dit besef uitte zich in een grotere godsdienstvrijheid en een aanzienlijk soepeler beleid ten aanzien van katholieke schuilkerken.
Internationaal wordt met de Vrede van Nijmegen meerdere samenhangende verdragen bedoeld die in 1678-79 in Nijmegen gesloten werden om een einde te maken aan de Hollandse Oorlog. 
Deze verdragen zijn:
" 11 augustus 1678: het verdrag tussen Frankrijk en de Republiek
" 17 september 1678, tussen Frankrijk en Spanje
" 5 februari 1679, tussen Frankrijk en Zweden en het Heilige Roomse 
Rijk:
Frankrijk en Duitsland verplichtten zich om de tegenstanders van Zweden niet te ondersteunen. Zweden verkreeg het veroverde Hertogdom Bremen en Verden terug.
" 19 maart 1679, tussen Zweden en het Sticht Münster
" 2 oktober 1679, tussen Zweden en de Nederlandse Republiek
Doordat Frankrijk en de Nederlanden vrede sloten, zagen ook Spanje en de Duitse keizer zich verplicht de Franse macht te erkennen. De toegevingen aan Frankrijk worden in de daaropvolgende decennia, bij de vrede van Rijswijk (1698) en bij de vrede van Utrecht (1713), gedeeltelijk teruggenomen.

De universiteit van Nijmegen 
De invloed van de Hollandse oorlog op het dagelijkse leven blijkt ondermeer uit de geschiedenis van de Universiteit in Nijmegen: Op 3 mei 1655 vond de plechtige opening plaats van de Nijmeegse Illustere school. Leiden, Franeker en Groningen waren Nijmegen reeds voorgegaan. Een belangrijk motief was het opleiden van predikanten met de juiste geestelijke achtergrond. Een opleiding met een duidelijk reformatorisch profiel. Bovendien waren er artsen en juristen nodig. Een jaar daarna nam het kwartierbesluit de beslissing om de illustere school tot universiteit te verheffen. Aan haar werd tevens het ius promovendi toegekend, waardoor de aantrekkelijkheid voor studenten werd vergroot. Het leven voor studenten en professoren werd zo aangenaam mogelijk gemaakt. Zij hoefden bijvoorbeeld geen belasting te betalen op wijn en bier. Ieder had het recht op een half vat bier per maand en een aam wijn per jaar; dat is circa 150 liter. Diverse hoogleraren uit binnen- en buitenland werden naar Nijmegen gelokt met aantrekkelijke salarissen.
Toch was de universiteit geen lang leven beschoren. In 1665 brak de pest uit en die epidemie schrok studenten af. De inval van de Fransen in 1672 betekende de genadeslag. De academie bloedde langzaam dood en sneefde in 1679. Het zou tot 1923 duren voordat de stad een nieuwe universiteit kreeg; een katholieke.

De Vrede van Nijmegen in penningen en munten 

Naar aanleiding van de Nijmeegse Vrede is een vrij groot aantal penningen en munten geslagen. Het zijn vooral Franse medailleurs die zich, naast enkele Nederlanders, met dit onderwerp hebben bezig gehouden. Van de Nederlanders is Jacob van Dishoecke de voornaamste. De Franse penningen zijn geen incidentele uitgaven voor deze gelegenheid, maar behoren merendeels tot de series penningen die in opdracht van Lodewijk XIV zelf voor de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn regering uitgegeven zijn. Veel beroemde medailleurs zijn aangetrokken om hun medewerking aan dit langlopende project te verlenen. Naast Varin en Jérôme Roussel werkten François Chéron, Michel Molard en Jean Mauger en als buitenlanders Joseph Roëttiers en Antoine Meybusch.
De penningen werden geslagen in de "Monnaie des Médailles", die was ondergebracht in het Louvre en die het monopolie bezat voor het vervaardigen van penningen met een schroefpers. Het werk nam een aanvang onder minister Colbert, de beroemdere broer van de Nijmeegse onderhandelaar. In uiteenlopende formaten (van 50 tot 75 mm doorsnede) kwamen dertig tot veertig penningen tot stand. Tussen 1691 en 1694 ontstond een serie van ongeveer 150 penningen van 70 mm doorsnede door Michel Molard. Een tussen 1695 en 1701 uitgegeven serie heeft een diameter van 41 mm. Bij deze series werd ernaar gestreefd om met behulp van werktekeningen een zo groot mogelijke uniformiteit 
te bereiken, zelfs al graveerden steeds andere medailleurs de stempels. Een karakteristiek voorbeeld wat betreft de Nijmeegse vrede is het type met aan de voorzijde de portretbuste van Lodewijk XIX en op de achterzijde de bliksemschichten van Jupiter.
De penningen zijn meerdere malen in boekvorm gepubliceerd, zoals het werk van de Jezuiet Claude-François Ménestrier, Histoire du roy Louis le Grand par les médailles, emblêmes, devises, jettons, inscriptions, armoiries et autres monuments publics, Parijs 1689, en Médailles sur les principaux événements du règne de Louis le Grand avec les explications historiques par l'Académie des Médailles et inscriptions, Parijs 1702 waarin 286 penningen zijn opgenomen.
Veel Franse jetons (rekenpenningen) zijn omschreven in de vier werken over de verzameling Feuardent. De Vrede van Nijmegen had mede als gevolg dat Frankrijk weer gebieden aan zijn grondgebied kon terug toevoegen. De hereniging van de plaats Bar met Frankrijk in 1680 is op een serie jetons met veel stempelvarianten herdacht.
Naast de gedenkpenningen en rekenpenningen gewijd aan de Vrede van Nijmegen zijn in verschillende Duitse landen Thalers geslagen. Deze zogenaamde schauthalers waren niet bedoeld als pasmunt, maar zijn penningen die op het gewicht en gehalte van munten werden vervaardigd en die als herinnering konden worden gekocht.
Bijna alle penningen die verband houden met de Vrede van Nijmegen zijn reeds in de 18e eeuw beschreven en afgebeeld in Mr. Gerard van Loons Beschrijving der Nederlandse Historiepenningen.
Van veel penningen bestaan exemplaren die later zijn gemaakt. Soms zijn dit afslagen van de originele stempels; met name door de Munt van Parijs. Ter onderscheiding is dan op de zijkant een cornupia (de hoorn des overvloeds) ingeslagen. Ook komen afgietsels in brons of geel koper voor; die zijn dan minder scherp qua afbeelding dan de originele exemplaren. De waarde van dit latere werk is beduidend minder dan die van de originele penningen uit die tijd.

terug

Reactiepagina

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: