Kolpingbuurt

© copyright Cees de Vos; Digitale bewerking: Mark van Loon/Stichting Noviomagus.nl

De Kolpingbuurt en haar Voorgeschiedenis

door Cees de Vos

 

De Goffertkinderen uit de jaren ’30 en ‘40 speelden veel op het nog braakliggende stuk grond achter de huizen, een perceel gelegen tussen de toen geheten Hatertscheveldweg en de Spoorbaan. Via de heer Rob Essers kwam ik aan twee ‘schermafdrukken’ van luchtfoto's uit de jaren 1936 en 1949 van dit perceel.


Luchtfoto uit 1936 van het gebied waar nu de Kolpingbuurt is. Bron: Rob Essers

21.6 De Spoorbaan met de betonnen Verkeersbrug.
19.7 Weg door Jonkerbosch
20.6 en 22.1 De huizen aan de Hatertscheveldweg, gebouwd begin jaren '30.
20.3 Onderdeel van Heidepark met de zes schattige huisjes aan de Heideparkscheweg.
17.7 Het Konijnenpad – Met de bouw van het Goffertpark is men gestart.

De contouren van de Spadestraat, Eggestraat, Ploegstraat en Schoffelstraat uit het raadsbesluit d.d. 25 juli 1934 betreffende de daar te bouwen “Landbouwbuurt” zijn goed zichtbaar. Achter ons huizenblok (20.6) lag een klein ovaal weitje dat rondom beklinkerd was. De klinkers om dit weitje verhuisden naar o.a. ons achterplaatsje bij de keuken. De klinkers van de Spadestraat, Eggestraat, Ploegstraat en Schoffelstraat verdwenen in de loop der jaren naar de huizen aan de Haterscheveldweg. Op het wat grotere ovale weitje werd na de Tweede Wereldoorlog het Bevrijdingsfeest gehouden. Zie mijn verhaal Buurtbevrijdingsfeest.

 
--:o()o:--
 

Een ander verhaal, Tragedie, betreft het dodelijk 'verkeersongeluk' van Leonardus Maria de Vos op zaterdag 20 oktober 1945 op dit toen nog braakliggend terrein.


Rapport Gemeentepolitie Nijmegen opgetekend zaterdag 20 oktober 1945.

Afd. Verkeer
Rapport van zaterdag 20 oktober 1945
Heden omstreeks 11.00 uur, werden op den Spadestraat alhier, twee kinderen resp. genaamd Leonardus Maria de Vos geb. te Nijmegen op 01 september 1937 en Wilhelmus de Vos, geb. te Nijmegen 12 juni 1939 beiden wonende te Nijmegen Hatertscheveldweg 504, aangereden door een Geallieerde vrachtauto gemerkt C.L.4268197, bestuurder een militair genaamd D.A. Mac Pherson, C.117566, tengevolge waarvan Leonardus M. de Vos werd gedood en Wilhelmus de Vos ernstig werd gewond. Beiden slachtoffers zijn door een militaire ambulance naar het Wilhelmina Ziekenhuis gebracht.

 
--:o()o:--
 


Kaart uit 1938 met de oude benaming der straten van de destijds geplande zgn. “Landbouwbuurt
De aanleg van Stadspark de Goffert is bijna zover. Prins Bernhard zal het in 1939 openen.
Info: Rob Essers

Met de verdere bouw van de geplande Landbouwbuurt aan de Spadestraat, de Ploegstraat, de Eggestraat en de Schoffelstraat tot aan de Spoorbaan werd gestopt door de crisis in jaren ‘30. Het geld was eenvoudig op...! De huizen aan de Hatertscheveldweg waren al moeilijk te verhuren. Een aantal huizen bleven na de bouw een tijdje leeg te staan.

Daar kreeg mijn vader zaliger C.N. de Vos in het voorjaar van 1935 oren naar, ging er op af en huurde voor zijn aanwassend Katholiek gezin het tussenhuis aan de Hatertscheveldweg 504. De twee hoekhuizen van dit huizenblok van vier waren helaas al vergeven.

Op dinsdag 19 maart 1935 verhuisden de familie C.N. de Vos - M.A. van Ottele met hun vier kinderen van de Bilderdijkstraat 7 naar de Hatertscheveldweg 504.

 
--:o()o:--
 

In mijn verhaal 't HEUVELTJE laat een der dochters Peters van huisnummer 402 via een telefoongesprek mij weten dat er in de jaren ’80 sprake was van een verkeersweg/brug over het spoor tussen hun huis en dat van de familie de H.J. de Groot. Zie op de kaart uit 1938 de stippellijn rechtsboven vanaf het Goffertpark naar de toen geheten Muntweg.

Tussen het huis van de familie Peters met huisnummer 404 en het eerste rijtjeshoekhuis van de familie H.J. de Groot met het huisnummer 410 bevind zich een onbebouwd stuk grond tot aan de spoorbaan. Dit stuk grond werd in vroegere tijden door de heer Linzen de melkboer in de straat gepacht van de familie Peters. De heer Linzen woonde op nr. 420. De melkboer Linzen was een broer van groenteboer Linzen op nr. 498 waarover ik voor Noviomagus.nl een verhaal schreef onder titel Oog om oog.... Melkboer Linzen verbouwde op het braakliggend stuk grond diverse soorten groente en aardappels. De heer Linzen moet ook de melkboer van de vosjes geweest zijn. Wat ik mij van de man herinner is dat het een wat krenterig menneke was. Maar och, daarom niet getreurd, zo heeft elk mens zo zijn voor- en nadelen.

Dit stuk grond is tot op de dag van vandaag eigendom van de familie Peters. Het voorste gedeelte is beplant met bomen en struiken. Op het achterste gedeelte tot aan de spoorbaan wordt door Truus en haar zus Els groente verbouwd. Een goede zaak, dit perceel zou anders al lang gebruikt zijn om er een paar huizen op neer te knallen of nog erger, een kantoorpand…!

Van Martine Peters vernam ik dat er tot leedwezen van haar ouders in de jaren ’80 plannen waren om via dit stuk grond een verkeersbrug over de spoorbaan te bouwen..?
De plannen voor “een doorgaande route” stammen uit jaren ’30. Ze zijn bedacht door de stedenbouwkundige “Ingenieur Peter Alphons Maria Siebers” (1893-1978) naar wie in 2008 bij de Goffertweg een pad is genoemd: “Alphons Sieberspad” (zie Rob Essers stratenlijst). Ir. P.A.M. Siebers was in de periode 1930-1952 als stedenbouwkundige werkzaam voor de gemeente Nijmegen. Het “Doorgaande Route Plan” dat uitgebreid wordt beschreven in de Gelderlander van 28 oktober 1933, is uiteindelijk na veel wikken en wegen afgeblazen en ging definitief ter ziele in 1987 bij de bouw van het politiebureau “Bureau Muntweg” aan de Muntweg. 

Op de plaats van de spoorwegovergang is in 1980 een voetgangersbrug aangelegd.
Een verkeersbrug vanaf deze plek, en in die straat, daar moet je toch niet aan denken…!
* Houwen zo, laat Moedertje Natuur daar maar lekker haar gang, ook leuk voor de vogelkens.
>> Zo zie je maar; na verloop van tijd valt het dubbeltje op zijn plek <<

 
--:o()o:--
 

Geschiedenis van het Konijnenpad

Vanaf 1906 viel het onder “Wijk 12 Goffert”.
“In 1859 werd het Veldweg; lopende bij van Oosterums-Kamp uit den weg naar het landgoed Hulsen, tussen Stadsbosch en Heydepark over de Goffert tot aan den weg van Malden naar Hees.”
In 1906 kreeg het eerste deel van de Veldweg tot aan de Heuvelweg (heet nu Busserweg…!) de naam Konijnenpad. De weg loopt door een terrein waar vroeger veel konijnen werden aangetroffen. (Naar Hr. Teunissen)

De naam Konijnenpad is bij de aanleg en naoorlogse uitbreiding van het Goffertpark behouden gebleven. In de omgeving van het Konijnenpad zitten nog steeds veel konijnen…? Bron: Stratenlijst Rob Essers.


Het Konijnenpad gezien vanaf de Muntweg. Eigen foto uit 2008.

 
--:o()o:--
 


Opening op zaterdag 8 juli 1939 van het Goffertpark. Aankomst van Prins Bernhard in het burger bij het Stadion. Met de ketting om zien we burgemeester Steinweg van Nijmegen. Met platte pet in het grijs Bernhard’s chauffeur en met zwart hoofddeksel Bernhard’s adjudant.


Vertrek van prins Bernhard uit het Goffertpark met zijn adjudant na de opening op zaterdag 8 juli 1939. De chauffeur salueert ter begroeting de prins de Nederlanden. Bron: Regionaal Archief Nijmegen
“Wat lief dat kantoortje met dat menneke achter het loket voor de uitgifte van de entree kaartjes voor de voetbalclub N.E.C.”

 
--:o()o:--
 

Na de bevrijding van Nijmegen in september 1944 had een legeronderdeel van Geallieerde soldaten van het Bevrijdingsleger tijdelijk haar bivak opgeslagen in een stilstaande goederentrein op de spoorbaan en in grote en kleine shelters op het braakliggend terrein tussen de spoorbaan en de Hatertscheveldweg. Welk onderdeel dit was en welke nationaliteit zij hadden (Amerikanen, Engelse of Canadezen) en hoe lang ze daar gelegerd zijn geweest ben ik helaas niet achter kunnen komen. Voor mij waren het een paar weken. Het “Gemeente Archief Nijmegen” en het “Bevrijdingsmuseum” konden mij niet helpen. Vind ik een beetje vreemd. Het zij zo… Het enige dat men wist te melden was dat er in Nijmegen in september 1944 bijzonder veel soldaten gelegerd waren, soms meer dan 500.000 tegelijk en nauwelijks te achterhalen is welke eenheid waar verbleef en voor hoelang.

Buurtkinderen en de vosjes liepen bij onze Bevrijders de deur plat om te vragen naar biscuits, kauwgom, melkpoeder, chocola en niet te vergeten de “Porridge”; dat was havermoutpap met veel suiker. De pap werd in een van de wagons op de spoorbaan in een grote pan gekookt. Dat was me toch een lekkernij voor ons oorlogskinderen en vooral dik, de lepel kon er rechtop in staan.

Voor vader versierden we sigaretten, wat voor hem een zaligheid was na jaren ‘eigenteelt tabak’ roken uit zijn moestuin. Ik herinner mij een liedje dat daar op sloeg. De begintekst luidde als volgt: “Bukshag bukshag, eigen teelt is rotshag, ik rook nog liever de peukies van de straat…!

Veel jongens in de buurt hadden een vriendje bij onze Bevrijders. Ik wou er ook een…! Dat wilde maar niet lukken, steeds weer was een buurtjongen mij voor en moest ik genoegen nemen met de tweede viool. Ik wilde een vriend helemaal voor mezelf! Een aantal soldaten sliepen in kleine shelters. (tentjes) Ik struinde een aantal tentjes af en bij een voor de tent zittende soldaat, bezig met het voorbereiden van zijn dagelijkse maaltijd bleef ik staan. Hij keek me aan en wenkte me naderbij te komen. Schoorvoetend naderde ik de man. Hij vroeg me hoe ik heette? Tja, daar snapte ik als tienjarige natuurlijk geen jota van en trok een niet begrijpend gezicht. Wijzend naar mij sprak hij: “Your name, whats your name?” Bij het woord name legde hij de nadruk. Dat ‘name’ leek best op ‘naam’ en ik begreep dat hij mij naar mijn naam vroeg. Ik gokte en zei wijzend naar mijzelf: “Cees”. De soldaat antwoordde: “Cees, my name is Bill en gaf mij een hand. Bill vervolgde met: “Cees, I need matches?” Tja, nu werd het moeilijk voor me, wat bedoelde hij nu weer? Bill: “Matches” en hij maakte een korte beweging met zijn hand. Ik begreep er geen bal van en gokte er op dat hij schrijfgerei bedoelde? Ik draaide me resoluut om en rende als een dolle dries naar mijn moeder om een potlood en papier te vragen. Ook dát was op zich zelf weer een opgaaf. Mijn moeder: “Waar heb jij in vredesnaam op dit moment potlood en papier voor nodig?“ Ik duidde haar dat dit voor mijn soldatenvriend Bill was. Na wat meer uitleg begreep ze me en kreeg ik mijn potlood met een blocnote velletje en rende terug naar Bill. Ik overhandigde Bill het potlood met het blaadje waarop hij schaterde en zijn hoofd schudde. Bill: “No, no Cees, not a pencil with paper, I want matches to make a fire” Ik kwam er niet uit…! Weer maakte Bill de zelfde beweging, nu met beide handen daarbij een sissend geluid makend. Plots begreep ik Bill, hij had lucifers nodig om zijn benzinevergasser aan te steken. Met een blik van “begrepen” rende ik terug naar mam, gaf haar het potlood met het blaadje terug, snaaide in een flits een doosje lucifers van het aanrecht en zette het weer op een rennen richting mijn vriend Bill. Met een warme glimlach ontving hij mij en nam met een “Thanks” de lucifers in ontvangst. Ik mocht bij Bill blijven en mee-eten als ik zin had? Dat liet ik mij als oorlogskind geen twee keer zeggen en smikkelde zittend voor zijn tentje gezellig met Bill mee. Bij het afscheid nemen kreeg ik een reep chocolade van Bill. “For your mother”, zei Bill. Ik groette mijn vriend Bill met in mijn hoofd: “Morgen ben ik zeker weer van de partij!” De volgende dag, na school, toog ik in een ren weer naar mijn vriend Bill. Het huilen stond mij nader dan het lachen, Bill’s tentje was niet meer, Bill was overgeplaatst. Tranen..., ik moest weer op zoek naar een nieuwe vriend!

Bij de bocht (zie pijl) gebeurde het dodelijke ongeluk dat broertje “Leo de Eerste” van 8 jaar overkwam en zijn broertje Willie van 6 jaar gewond raakte op zaterdagmorgen 20 oktober 1945.
A= Het kleine ovale weitje achter ons huis met huisnummer 504
B= Het grote ovale weitje waarop de Bevrijdingsfeesten na 1945 werden gehouden.
C= De betonnen verkeersbrug
D= De Spoorbaan
E= De Spadestraat
F= Ploegstraat
G= Eggestraat
H= Schoffelstaat
I= Goederentrein
Bij de rode stip had mijn vriend Bill de militair in september 1945 zijn tentje opgezet..

 
--:o()o:--
 

Wij Goffert-kinderen, vanaf het huis met de naam ’t Heuveltje met huisnummer 400 tot aan ons huizenblok van vier met de huisnummers 502 tot 508 speelden veel op het braak liggende stuk grond. We voetbalden er, plukten wilde bloemen op de weidegrond, maakten van de in het wild groeiende klokjeswingerd kroontjes voor op onze kinderhoofdjes en lieten dat aan mama zien, vingen hagedissen langs de spoordijk, zwaaiden naar de reizigers in de dagelijks passerende stoomtreinen (later diesel treinen), legden stiekem muntjes op de rails, in de oorlogsjaren zochten we voor de kachel naar verloren antracietkool en steenkool tussen en naast de rails, de spoordijkbranden veroorzaakt door de stoomlocomotief vonden we reuze spannend, we scharrelden tussen clandestien gedumpt afval door bedrijven langs de spoordijk, het Buurtbevrijdingsfeest werd er gehouden, (zie mijn verhaal Buurtbevrijdingsfeest), het trekpaard van groenteboer Linzen van huisnummer 498 graasde er en alle bewoners pachtten er een stuk grond om daarop groente en in de oorlogsjaren tabaksplanten voor eigen gebruik te verbouwen.

>> Een groot geluk voor de veelal kinderrijke gezinnen <<

Hoorde ik: “Een mens zonder herinneringen is een mens zonder hoop!”


In de oorlogsjaren zochten we voor de kachel naar verloren antracietkool en steenkool tussen en naast de rails. Dat was mensen in 2012 nog eens armoede..! Bron: Google


Buurtbevrijdingsfeest met de Goffertkinderen en begeleiders op ‘t grote weitje eind jaren ‘40

 
--:o()o:--
 


De Goffertkinderen van de Hatertscheveldweg spelen in de Zandbak in het Goffertpark.

In de jaren ’40 vermaakten de Goffertkinderen van de Hatertscheveldweg zich uitstekend in de Zandbak in het Goffertpark. Dat was kindervreugde ten top..! Er werd goed gebruik gemaakt van de grote Zandbak. Er stonden ruwe zitbankjes langs de kant voor de ouders, zij zorgden voor toezicht en proviand als broodjes, Ranja met een rietje of Dropwater. Kijk ze aan, de stoere mannen met hun schepje over de schouder, ze maakten even tijd vrij voor het maken van deze unieke foto. De Zandbak is naast veel andere bezienswaardigheden in het Goffertpark verloren gegaan, is nu een grasveld met wat boompjes.

Kinderen in 2012 spelen niet meer in een zandbak (oké de allerkleinste wel), zij vermaken zich met dure spelcomputers en videogames. De ongeëvenaarde luxe die jonge kinderen van baby af aan in deze tijd beleven is in geen enkel opzicht te vergelijken met de eenvoudige spelletjes die de Goffertkinderen deden. Ik durf de stelling aan dat kinderen van de jaren ’40 en ’50 zich geenszins misdeeld voelden. Soms vraag ik mij af of de overdadige luxe voor de kinderen in 2012 wel goed is. De ontevredenheid straalt er soms vanaf…

Dit bericht kwam over ons:
Voor ene J. de Jong (21) betaald men €15.000.000 in het Jaar des Heeren 2012 om van club te wisselen. Dat zijn ruim F30.000.000 oerdegelijke oud Hollandse guldens. En waarom..? “Omdat meneer een leren belleke een tikkeltje handiger dan een ander, iets verder weet te trappen!”
En dat in een tijd dat men op alle fronten moet beknibbelen op alles en nog wat. Bezuinigen, bezuinigen en nog eens bezuinigen, de kranten staan er vol van. De waanzin ten top.
Wat zou het goed zijn als we met z’n allen virtueel (nog beter daadwerkelijk…) voor even zouden leven als in de jaren ’50. De ernstige crisis van de jaren ’10 in de 21e eeuw zouden wij glansrijk doorkomen. “Bescheidenheid loont..!”

 
--:o()o:--
 

Het was een hard gelag bij de bouw na 1950 van de Kolpinghuizen. Verdriet en gemis alom voor de hele Hatertscheveldwegbuurt. Op het voor hen vrije speelveld werd beslag gelegd voor de bouw van saaie huizenblokken en straten met nieuwe namen. De oerdegelijke gebouwde huizen langszij de Hatertscheveldweg uit de jaren ’30 hebben mijns inziens meer karakter. Ook kon men na de bouw van de Kolpingwoningen in de verte de stoomlocomotief met zijn rijtuigen verzonken in de spoordijk niet meer voorbij zien tuffen. De zwarte schoorsteenpijp van de stoomlocomotief zag je stoom uitblazend als in een film boven het maaiveld voorwaarts gaan richting Den Bosch of Nijmegen. Soms vormde zich binnen de witte stoom een grote kring die langzaam ten hemel steeg. Een wonderbaarlijk gezicht.


1935 - Stoomlocomotief nr. 3747 met rijtuigen van de N.S. in Nijmegen. Bron: Collectie De Pater

“Indrukwekkend zo’n stoere stoomlocomotief met zijn stoomturbineaandrijving.”
We hebben er als jonge kinderjaren heel wat voorbij zien denderen.

 
--:o()o:--
 

De bewoners van de eerste huizen aan de Haterscheveldweg vanaf huisnummer 400 (zie mijn verhaal 't HEUVELTJE) tot huisnummer 420, hebben als enige in de straat tot op de dag van vandaag de grond achter hun huis tot aan de spoorbaan behouden!
De grond tot aan de spoorbaan achter de huizen van de Hatertscheveldweg met de huisnummers 422 tot aan 432 , daarop is in 1956 een Kleuterschool gebouwd. In 2004 werd dit een Buurthuis. Het bedrijf “EBP voor Geluid & Licht” heeft er een werkplaats/kantoor.
Ook deze bewoners waren hun moestuin en ruimte tot aan de spoorbaan voorgoed kwijt!


Luchtfoto uit 1949. Bron: Rob Essers.

De contouren van het stratenplan zijn aan het vervagen. De klinkers in deze straten waaronder de Spadestraat zijn verdwenen, ze hebben een andere functie gekregen bij de bewoners aan de Hatertscheveldweg. De contouren van het Goffertpark met zijn Schuilkoepel, de Vogelvijver/Volièregalerij, de Halve Maan, de Zandbak (witte vlek), het Konijnenpad en andere paden en het Bruggetje met de Vijver zijn goed zichtbaar. Ook de moestuinen achter het huis van de bewoners zijn vaag te zien. Verder de Vuilnisbelt bij de Weg door Jonkerbosch (witte vlek linksonder), de Spoorbaan, de betonnen Verkeersbrug over ’t spoor en de huizen aan de Flemingstraat. Het is een prachtig zoekplaatje voor de ouderen onder ons.! Vergroot hem en je ziet nog meer..!

Aan het begin van de Spadestraat zie je links en rechts op de luchtfoto uit 1949 de contouren van de stoep (omgekeerde U…) met stoeptegels. Van deze stoeptegels maakten mijn broertje en ik een levensgroot dominospel: klik-klik-klik-klik-klik-klik enz….., daar gingen de tegels in vertraagd tempo om en om en om en om…. Dat was met recht kwajongenswerk!
Buurman van Kooij kon het niet waarderen.

Het was de tijd dat mijn ouders na gedane noeste arbeid op warme zomeravonden twee keukenstoeltjes met een bijzettafeltje in hun voortuintje plaatsten om in alle rust met een kopje koffie en een koekje te genieten van de aanblik van het groen in het Goffertpark, de voorbij komende wandelaars, de fietsers en zo nu en dan een personenauto.

Mooie rustgevende tijden van weleer.”

 
--:o()o:--
 


De vogelvijver / volièregalerij


De Bijenstal in 2012.

In de jaren ’40 had de bijenstal op de zelfde plaats een andere vorm met een rieten dak. Zie de luchtfoto van de Kolpingbuurt uit 1952/1953.

De unieke Vogelvijver/Volièregalerij is in de loop der jaren ter ziele gegaan. Wat een teloorgang…! Voor ons Goffertkinderen was dit kleine dierenparadijsje zeer nabij; middels een kort dijkje beklimmen vanaf de Hatertscheveldweg was het bereikbaar. Voor de heel jonge Goffertkindertjes was het altijd weer een belevenis de eendjes, de pauwen, de ooievaars, de sierhoenders en de hertjes te voeren.

* Kon ik terug keren in deze gemoedelijke veilige weliswaar wat sobere wereld, ik zou er zo voor tekenen. Inbraken in woningen, winkels en bedrijven in Nederland..?, het gebeurde ook, maar zeker niet zoals vandaag de dag met duizend en meer per jaar. Je waant je niet meer veilig rond huis en haard. En de politie?, die staat vaak zo goed als machteloos, de heren agenten worden zelfs door burgers aangevallen! Tja, wat een tijd…

 
--:o()o:--
 


Foto ± 1942. De betonnen Verkeersbrug over het Spoor met rechts het witte gebouw van eens Texaco. Het architectenduo R. J. Meerman en J. van der Pijll hebben een aantal gebouwen in Nijmegen op hun naam staan, waaronder het bewuste “Pompstation Auto-Palace” (Texaco) uit 1936. De gekalkte V op de brugkolom staat mogelijk voor: "Victorie want Duitsland wint op alle fronten" Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

Op de foto staan een viertal pupillen van het “Pensionaat Jonkerbosch”.
De jongen met de fiets en bril zou Eduard Grödel kunnen zijn...?


Eduard Grödel (1928-1943) met zijn schijnt onafscheidelijke fiets.

Bijzonder als er mensen in Nijmegen zijn die meer kunnen vertellen over het leven en dramatisch overlijden van de Joodse jongen Eduard Grödel.
In de nacht van 17 op 18 november, om één uur, wordt Ed Grödel, als kind van joodse ouders, door de politie gehaald en op transport gesteld naar Westerbork in Drente. “Nooit is er nog iets van Eduard Grödel vernomen!!” Zie voor meer: Jonkerbosch.



Foto 1936. Het Pompstation Auto-Palace (Texaco) aan de Graafscheweg 481 nog in vol bedrijf. “Wat een ruimte en rust gaat van deze foto uit, er is geen auto te zien op de nog klinker Graafscheweg” Bron: Regionaal Archief Nijmegen.

 
--:o()o:--
 

De komst van de Zuid-Molukkers naar Nederland/Nijmegen in 1951/1952.

Na de overheersing van Japan over Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog, wilde Nederland de heerschappij over Nederlands-Indië herstellen. De inheemse Indonesiërs kwamen daar echter tegen in opstand en onder leiding van Soekarno brak tussen 1945 en 1949 een opstand uit. De Nederlandse regering gaf het KNIL (Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger) opdracht daar tegen te strijden. In het KNIL waren veel Molukkers opgenomen, met name in de lagere rangen. Hierdoor werden de Molukkers door de Nederlanders beschouwd als bondgenoten, omdat de regering van Nederland hen had beloofd dat zij een vrije staat zouden krijgen, als zij Nederland hielpen..! Maar, nadat de regering van Nederland internationaal met name van de Verenigde Staten geen steun kreeg bij haar pogingen de kolonie te behouden, kon de Nederlandse regering zich ook niet meer aan hun belofte aan de Molukkers houden. In april 1950 was op Zuid–Molukken een revolutie tegen de eenheidsstaat Indonesië uitgebroken. De Molukkers, circa 12.000 in getal, die door de Indonesiërs als collaborateurs werden gezien, moesten op dienstbevel van het KNIL naar Nederland. De Molukkers zouden tijdelijk verblijven in Nederland. Inmiddels is dit 60 jaar geleden. Bron: Wikipedia.


Links: 1890-1950. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL)
Rechts: aankomst van de Molukse bevolking in de begin jaren ’50.
Bron: Wikipedia

 
--:o()o:--
 

De Kolpingbuurt maakt deel uit van de Goffert(wijk). In totaal zijn het ongeveer 300 kleine huurwoningen, ingeklemd tussen de Muntweg en de Spoorlijn.

Adolph Kolping geboren in Kempen bij Keulen 8 december 1813, gestorven 4 december 1865 was Duits priester, grondlegger van het internationale Kolpingwerk. Adolf Kolping 'de Gezellenvader' was Schoenmaker van zijn vak. Werd priester en stichtte als kapelaan van Elberfeld de eerste Katholieke Gezellenvereniging, gevolgd door vele andere in Duitsland. Mgr. Ketteler (zie Kettelerstraat), gaf aan gezellenwerk bredere sociale fundering als standsorganisatie. Buiten Duitsland kenden zijn verenigingen ook een grote bloei in Oostenrijk, Zwitserland en Nederland."
Bron: Hendriks

De Kolpingbuurt (vanaf 1950), buurt in de wijk Goffert. In september 1950 werd begonnen met de bouw van het oostelijke gedeelte van de Kolpingbuurt. Op dinsdag 10 oktober metselde pater H. van Ruth de eerste steen in de pui van het pand Ariënstraat nr.1. De eerste bewoners betrokken hun huis op 19 maart 1951. De in 1947 opgerichte R.K. Arbeiders Woningvereniging Kolping was de opdrachtgever; de vereniging is in 1999 opgegaan in de woningcorporatie Talis.

 
--:o()o:--
 

Jarenlang vormden wij buurtjongens een vriendengroep. Onze “hangplek” bevond zich voor het huis van buurtwinkel Kersten met huisnummer 440 aan de Haterscheveldweg.

Mijn verhaal Oog om oog... doet verslag van ons genoeglijk samenscholen tijdens vrije uurtjes.


1953. De belhamels van de Hatertscheveldweg bij de Vijver en het Bruggetje op de Goffert.
Staand vlnr: Corrie V. , Bert B, , Jan W. , Sjaak D. , Henk K. , Jan v. B. Knielend: Frit de K.


1953 – Voor de Vogelvijver/Volièregalerij en Blokhut in het Goffertpark.
Staand vlnr: Frits d. K. , Henk K. , Sjaak D. , Wout d. K.
Zittend vlnr: De gebroeders Cees d. V en de marineman Henk d. V.

Deze kornuiten (en anderen…!) zouden, als ze zich geroepen voelen, ook mooie jeugdverhalen over het Goffertpark en de Kolpingbuurt als aanvulling kunnen schrijven. Zet hem op zou ik zeggen.

Na de komst van de Kolpingbewoners in begin jaren ’50 kwam in het genoeglijk samenzijn danig de klad. Eerstens waren wij de prachtige vrije ruimte achter onze huizen kwijt, ook moesten we wennen aan het voor ons veelal gekleurde KNIL-volkje dat zich had genesteld in de nieuwe woningen.

In de eerste maanden, kort na de komst van de nieuwe bewoners, was het figuurlijk aftasten en beschouwen. We maakten als vriendengroep zo nu en dan een wandeling door de straten met nieuwe namen als: Kolpingstraat, Manningstraat, Leo de XIII straat, Ariënsstraat en meer. Van achter kantengordijntjes werden we met enig argwaan gadegeslagen door de Molukse bevolking.

Op den duur vormden zich onder de Molukkers ook vrienden en vriendinnengroepjes. Voor zover ik mij dat herinner kuierden zij als groep weinig door de Hatertscheveldweg. Als je de nieuwe bewoners al tegen kwam was dat fietsend op weg naar school of anderszins. We meden elkaar, op een enkele na, die je wel terug groette.


De Dijk met het Bruggetje Bron: Regionaal Archief Nijmegen.
Het Incident gebeurde bovenaan de Dijk, net voor de bocht bij het wandelpaadje naar rechts.

Wandelen door het lommerrijke Goffertpark was van kinds af aan voor mij een belevenis. De winter van 1953/1954 was geen al te strenge, toch was er aardig wat sneeuw nedergedaald op Moeder Aarde. Op een zondagmiddag maakten wij als vriendengroep in die winter een wandeling door het Goffertpark. De wandelpaden waren redelijk begaanbaar. Via de Schuilkoepel, het idyllische Rosarium, de grote Speelweide en het romantische Bruggetje met de vijver kwamen we uit bij de Dijk waar in de winter het heerlijk sleetje rijden was.

Aangekomen bij het Bruggetje zien we voor ons uit een drietal Molukse jongens de Dijk op lopen.

Enigszins gespannen volgden wij nonchalant links en rechts sneeuwballen gooiend het drietal. Toen we het groepje tot op een 15 meter genaderd waren gooiden we sneeuwballen ook hun richting op. Dat stoorden hen geenszins, ze vervolgden klimmend en wel de Dijk. Om de heren tot meer actie te verleiden probeerden we ze te raken. Dat lukte mij; een van de wat grotere jongens kreeg mijn goed gemikte sneeuwbal midden op zijn rug!

De jongen in kwestie draait zich bruusk om en komt onze kant op. Terwijl de jongen breed makend voor ons stond, vroeg hij nors wie hem een sneeuwbal op zijn rug had gegooid? Zonder enige schroom gaf ik aan de werper te zijn. Met een zo te zien diepe haat in zijn ogen bekeek hij mij. Zonder mijn ogen neer te slaan keek ik, onschuldig als ik mij voelde, terug. Het gebeurde in een flits; hij geeft me met zijn linker gebalde vuist een loeiharde doelgerichte stomp in mijn maag waardoor ik voorover klapte om vervolgens met zijn rechter vuist onderhands me midden in mijn gezicht te slaan. Ik sloeg, hevig bloeiend uit mijn mond en neus, achterover in de sneeuw. Dood gemoedereerd draait de vechtersbaas zich om, loopt terug naar zijn vrienden en vervolgt zijn weg. Ik hoorde nog net dat een van zijn maten tegen de bokser zei; “Was dat nou echt nodig en zeker niet die jongen, die groet mij nog wel eens!”

Mijn vrienden waren perplex en zeer onder de indruk van hetgeen gebeurd was en ontfermden zich over hun aangeslagen vriend. Ik vleide mij neer in het bosje rechts van de Dijk om het bloeden te stelpen. Een zakdoek deed wonderen. Mijn gebit bleek gelukkig nog compleet. Omdat ik op die plek dicht bij huis was vond ik het beter huiswaarts te gaan om daar wat bij te komen.

Gezien ik in de verste verte geen vechtersmentaliteit in mij heb was ik danig van streek over wat mij op die winterse dag was overkomen. Tot op de dag van vandaag ben ik nooit een lijfelijk gevecht aangegaan met een medemens. Zit niet in mij, als men zo nodig wil knokken kies ik het hazenpad. En als men dat laf vindt, vind ik dat ook best…

Mijn maatjes lieten het er echter niet bij zitten, beraamden plannen om een gevecht aan te gaan met de Molukkers. ”We gaan ze voor jou in elkaar slaan Cees..! “, kreeg ik te horen. “Een mens in elkaar slaan” vind ik op zich al idioot, wordt het dan een hoopje mens dat je met een stoffer en blik bij elkaar kunt vegen? Ik gaf geen toestemming zulks te doen, stond er op dat dit niet diende te gebeuren, tenslotte had ik als “lijdend voorwerp” hier recht van spreken! Zoiets escaleert en voor wat de verhouding tot de nieuwe bewoners betrof, zou dat er niet beter op worden.

Oorlog voeren is immer een zinloze handeling, beter is een goed gesprek met je tegenpartij aangaan, geeft minder spanning, energie, pijn en kosten. “Vergeten is moeilijk, vergeven altijd mogelijk!” of “Kwaad met kwaad vergelden is nimmer de goede weg.”

De stoere bink in kwestie die mij gemolesteerd had op de Dijk kwam ik later nog wel eens tegen op de fiets. Ik bleef hem dan met mijn ogen volgen net zo lang totdat hij de andere kant op keek. Dat had ik in elk geval gewonnen van hem.

 
--:o()o:--
 

De komst van de Molukkers in 1951/1952 had ook zijn positieve zijden. Van hen leerden we het spel Gatrik of Pinkelen. Zie voor de spelregels bij Google onder “Gatrik of Pinkelen”. Op onze hangplek voor de buurtwinkel van Henk Kersten hebben we dat verdomd aardige spel heel veel beoefend. Ik had nog wel eens moeite met mijn verlies…! Moet kunnen, men kan niet altijd winnen, tenslotte moet er soms een verliezen, dat is het spel!

Ook leerden wij Hollanders hun Krontjongmuziek kennen. Liedjes als Terang Bulan, Goro Goro Né en Nina Bobo werden bekend en meegezongen. Krontjongmuziek is voor elke Indo en ook voor veel Nederlanders met een Indische achtergrond een oude bekende. Het is de muziek van hun jeugd, de muziek van hun geboortegrond. Het woord ‘Krontjong” is in zijn letterlijke betekenis de naam van een instrument: de vijfsnarige luit. Iedereen verstaat onder krontjong de Indische volksmuziek. De muziek werd in de zestiende eeuw door Portugese kolonisten naar Indië gebracht als een soort amusementmuziek. De muziek is deels gebaseerd op de Moresco en vermengd met Molukse en Polynesische klanken.

De zangeres Wieteke van Dort maakte de Krontjongliedjes razend populair in Nederland.

Meer dan een warme anekdote betrof mijn vriendschap met een zestien jarig moluks meisje met de romantische naam “Cheriel Brender á Brandis” wonend in de Ariënstraat. Haar koosnaampje was ‘Deetje’. We maakten saampjes hand in hand wandelingen in het Goffertpark en fietstochtjes in de omgeving van het Jonkerbos. Langs het Maas-Waalkanaal, aan het eind van het Pieperslaantje heb ik haar voor het eerst gekust. Een zoete herinnering voor mij en naar ik hoop en wens ook “een beetje voor Deetje”. Onze ‘verkering’ was van zeer korte duur, haar ouders hadden mogelijk moeite met mij als blanke jongen. Speelde toen al…! Via haar oudere zus kreeg ik een briefje overhandigd waarin Deetje onze verkering verbrak. Wat zou het leuk zijn Cheriel Brender á Brandis (Deetje) als je mijn verhaal nu lezen zou. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ja toch….?

Aanvulling:

En dat wonder vond daadwerkelijk plaats op donderdag 23 mei 2013..!

Om 12.00 uur haal ik Cheriel Brender á Brandis (koosnaam Deetje of Dee…) af bij station Soestdijk. Dee kijkt me wat onthutst aan; niet zo vreemd, beiden zijn we een knap eind verder de geschiedenis in gevaren. Thuis gekomen drinken we koffie en halen we jeugdherinneringen op uit de tijd toen we jong en verliefd onze dagen doorbrachten in de Keizer Karelstad Nijmegen.

Om 15.00 uur aanvaarden we de reis naar de woonplaats van Dee. Terwijl ik twee oude foto-albums uit de jeugd van Dee doorkijk, mag ik een foto van een achttien jarige Cheriel er uit nemen om er thuis een kopie van te maken met dien verstande dat Dee een kopie krijgt van mij met mijn accordeon! Dee maakt Instant Noodles op zijn Indisch voor mij. Smaakte opperbest…! Ik krijg maar liefst acht pakjes Noodles mee om het thuis zelf te maken, plus een zak kroepoek en een zak “Rempeyek”, dat is donkerbruine kroepoek met pinda’s. We kletsen nog wat na…! Met veel dank neem ik om 19.00 uur afscheid van Deetje Brender á Brandis. Mogelijk zien we elkaar nog eens..? Mijn Tom-tom brengt me veilig en wel thuis.

In de plastic tas met de acht Noodles en kroepoek vind ik een klein rood gekleurd presentje waarin een stenen hartje met de tekst “Veel geluk!” Cees de hartenbreker en dat met 78 jaar..!

Cees de Vos - Soest, zaterdag 25 mei 2013

PS Hoe dit wonder kon geschieden? Deetjes dochter is mij op het spoor gekomen na het lezen van dit verhaal over de Kolpingbuurt op Noviomagus.nl.

   
Deetje en Ceesje
in hun gloriejaren..!

 
--:o()o:--
 


Foto 1980. De Kolpingbuurt. Was dit nu een zandbak of zo maar een bouwsel? (Regionaal Archief Nijmegen)


Foto 1990 – De wat somber ogende Ariënstraat. (Regionaal Archief Nijmegen)


Foto 1975 – De huizen op rij in de Ariënstraat. Rechts ligt de spoorbaan. (Regionaal Archief Nijmegen)


Unieke luchtfoto uit 1952/1953 van de Kolpingbuurt en oud gedeelte van het Goffertpark waaronder de Vogelvijver/Volièregalerij en de oude Bijenstal. Bron: Regionaal Archief Nijmegen

Pak het vergrootglas erbij en een wereld van herkenning gaat voor u open.
Wat zien we op deze prachtige luchtfoto uit het jaar 1952/1953 van links naar rechts:

-Het Goffertpark met de nog complete Vogelvijver/Volièregalerij en de twee Blokhutten,
-Het Konijnenpad en meer paden, de oude Bijenstal met rieten dak, de Halve Maan en meer…
- Het korte Dijkje voor het huis van de fam. Gietman waar we in de winter vanaf sleden.
- Linksonder een klein stukje achtertuin van ‘t huis aan de Haterseveldweg no. 436
- De huizen aan de Hatertseveldweg
- Het eerst gebouwde deel van de Kolpingbuurt
- De Spoorlijn met de Spoordijk
- De huizen aan de Flemingstraat.
Aan de overzijde van de Hatertscheveldweg een aantal huizen met de huisnummers 510 tot 524.

Rechtsboven het nog vrije akkerveld waar wij als jonge kinderen in de oorlogsjaren korenaren raapten. Het koren werd door de boer nog handmatig met de zeis gemaaid. Na het dorsen van de aren met een zgn. ‘vlegel’ in onze achtertuin bakte Mam er roggebrood van. We zien rechtsboven bouwketen staan ten behoeve van de bouw van de Kolpingbuurt. Half in de jaren ’50 volgde op deze akker de verdere uitbreiding van de Kolpingbuurt waaronder het Winkelpand uit 1957.
 


Detail luchtfoto 1952/1953.

De detailfoto laat het gedeelte van het Goffertpark zien: de Vogelvijver/Volièregalerij met de twee blokhutten en linksonder de oude Bijenstal met rieten dak. Ook zijn de twee uit grote kiezels gevormde zitbankjes links en rechts van de vijver te zien. Wat een weelde: menige keer als ik zondagsochtend weer eens spijbelde bij het “ter kerke gaan”, heb ik op deze bankjes de kerkdienst uitgezeten. De kerkklokken van de Groenestraatskerk gaven na één uur aan wanneer Ceesje weer in alle rust huiswaarts kon keren. Soms werd er thuis gevraagd wie er gepreekt had…?

 
--:o()o:--
 


Google Maps 2012 - De Kolpingbuurt met rechts een gedeelte van het Goffertpark.

In het Digitale Bouwarchief vind je bij Kolpingstraat 2A de gegevens van de Kleuterschool die in 1956 is gebouwd en sinds 2004 een Buurthuis. Het is ´t rode wat lange gebouw rechtsboven langs de Spoorbaan.


Streetview 2012 - Leo XIII straat gezien vanaf de Muntweg.


Streetview 2012 – Hier bevind je je wat verder in de Leo XIII straat.
Voor 1950 droeg het de naam Spadestraat behorend bij de nooit gerealiseerde “Landbouwbuurt”

 
--:o()o:--
 

Slot van een Column van Tatiana Leda, een Poolse vrouw uit Bottendaal. Zij loopt stage bij Stichting Opweg. Om het Nederlands goed te leren volgt zij een uitgebreide inburgeringcursus.

De grijze Kolping
Op de Muntweg stop ik even dichtbij de huizen tegenover het Goffertpark. Hier staan mooie gezinswoningen met veel bomen en planten. Dat vind ik echt mooi in Nederland. Even later rij ik de Leo XIII straat in. De grijze, kleine huizen met rode ramen en deuren, wekken vooral een trieste indruk. In de Kettelerstraat zie ik een vrouw met een lange jurk en een sjaal. Zij gaat net naar binnen met haar boodschappen. De Kolpingstraat, de langste van deze buurt, is breder maar de huizen zijn er hetzelfde – klein en grijs. De monotonie wordt alleen doorbroken door Cafetaria ‘Kolping’ maar ik zie er niet veel klanten. Een groepje buren zit op de bank. Ze drinken bier en praten met elkaar. Op de tuinmuurtjes zie ik kleurige graffiti. Maar de grijze indruk van deze buurt blijft hangen.

 
--:o()o:--
 


Spoordijk in 1975 gezien vanaf de Flemingstraat. Met ingelaten houten spoorbielsen en kiezels. Na vervanging door betonnen exemplaren in de jaren ’60 kregen de houten bielsen in vele voor en achtertuinen van o.a. de woonhuizen aan de Hatertscheveldweg een tweede leven.
Bron: Regionaal Archief Nijmegen


Spoordijk in 1975, ook gezien vanaf de Flemingstraat
Bron: Regionaal Archief Nijmegen


Spoorbaan langs de Kolpingbuurt in 2012, gezien vanaf de Loopbrug Muntweg-Hatertseveldweg.
Achter de struiken vooraan links staat het mooie huis met de naam ‘t HEUVELTJE.
De spoorlijn Tilburg - 's-Hertogenbosch - Nijmegen (Zuid-Oosterspoorweg) is in 1881
geopend. Het enkele spoor in Nijmegen is in het jaar 1926 verdubbeld.
Foto: Christian de Vos

Op de valreep nog een tweetal kiekjes:


1975 - De Kolpingstraat Manningstraat. Zo te zien een klein opstootje!
(Bron: Regionaal Archief Nijmegen)


1975 - Inkijkje in de Leo XIII straat. Spelende kinderen, hebben nu vast zelf kinderen! Gezien vanaf de Muntweg. Bron: Regionaal Archief Nijmegen


Dat er een stortvloed aan herinneringen loskome over: De Kolpingbuurt en haar Voorgeschiedenis

Kies uw tijd, het is zinvol.

Cees de Vos, juli 2012

REAGEER

Reactie 1:

Ans v. Driel-Klaasing, 19-08-2012: ik ben in 1954 geboren op de Wezenlaan en ben ongeveer 3 jaar later verhuisd naar de Manningstraat 1. Volgens mij zit er een foto bij waar Kolpingstraat bij staat met een opstootje, ik geloof dat dat de Manningstraat is en het huis links op de foto het huis is waar ik jarenlang heb gewoond, klopt dat?
Ik woonde met mijn ouders in de Manningstraat nr.1 totdat ik trouwde en verhuisd ben naar Roermond. Mijn ouders hebben daar nog jaren gewoond. Er waren maar 2 huizen in die straat, de huizen stonden aan de Muntweg, maar omdat de voordeur opzij zat hebben ze er een apart straatje van gemaakt.
Zou het leuk vinden als er nog mensen zijn die foto's hebben uit de jaren 50, 60.

Reactie 2:

Ron van Swelm, 12-09-2012: Geachte heer de Vos, beste Cees,
Over de Kolpingwijk is al weer enige jaren gelden een boekje verschenen: "Het hart op de tong".

Reactie 3:

Redactie, 31-01-2013:
Rob Wolf, co-auteur van het in de vorige reactie genoemde boekje, stelde zijn tekst beschikbaar voor publicatie op Noviomagus.nl. Vanaf vandaag leest u maandelijks een hoofdstuk uit Het hart op de tong - De Kolpingbuurt in Nijmegen.

Reactie 4:

Alieke Bouwheer, 19-03-2013: ik vin het heel leuk en je kunt er veel van leren

terug

Reactiepagina
Reactie 5:

Peter van Trappen, 06-06-2015: Ik heb in de Leo XIII straat 23 gewoond van 1967 - 1975.
Op de foto herken ik Pierre van Alst en Leo Saedt.
Altijd voetballen op het pleintje en 'geutje ketsen' 😀
Ik zat op de Groenestraat op school, 4x per dag lopen.
Er is een Facebook site Kolpingbuurt.
Reactie 6:

Clemens van Hees, 20-11-2016: Hallo, gezien vele dramatische gebeurtenissen in mijn leven ben ik heel veel fotootjes kwijt van mijn kinderjaren in de Kolping. Ik ben er in 1962 geboren en ben naar Hatert verhuist in ik denk 1971. Ik denk nog bijna dagelijks aan die leuke tijd in de kolping. Ik kan me dan ook bijna alles herinneren uit die tijd.
Ik speelde met: Peter Vertrappen, Leo-Herman-Fransje Saedt, dit waren 3 broertjes. Leo was de jongste en gelijk jarig met mij; 3 februari. Ook speelde wij met Toni Breiden. Maar die was geloof ik iets jonger dan ik. Wel weet ik nog dat we graag ook meneer Klaasen van de supermarkt Vege gingen pesten en ja, ook soms een snoepje stelen bij hem. Mooie tijd !!!!
Aan alle die dit lezen en mij nog kennen; hartelijke groetjes. Clemens.
Reactie 7:

Boy van Pelt, 01-12-2016: De huidige Spadestraat heet pas sinds eind jaren vijftig zo. Toenendertijd was de naam Mgr. Nolensstraat. De Ploegstraat was toen de Dr. Kuipersstraat. Dat was in de tijd dat er nog de bruine houten noodwoningen stonden.
Als ik mij goed herinner is de naamswisseling omstreeks 1958 / 1960 doorgevoerd.
Reactie 8:

Ron van Kleef, 22-03-2017: Op Ariensstraat 5 gewoond 1951 tot 1953.
Reactie 9:

Randy S Mark/ Brender á Brandis, 15-09-2017: Hallo Cees, leuke herinneringen. Zeker leuk voor de nieuwe generaties ook, hoe het vroeger er aan toe ging.
Een van de leukste anekdotes is wel die romance van u en mijn tante Dee. Tante Dee is, net zoals de rest vd familie natuurlijk, van indische afkomst. Nederlands/ indonesisch/ frans/ duits/ zwitsers/ chinees/ joods/ belgisch en wat nog niet meer :) Zij is de jongere zus van mijn moeder.
Ik ben ook wel benieuwd hoe mijn grootouders met familie vroeger woonden. Gelukkig bestaat de straat en het huis nog dus het wordt tijd voor een bezoekje. :) Ik heb nu ook gelezen, nadat ik met enthousiasme gelijk met typen begon, dat u al contact met haar heeft gehad. Ik hoop een fijn weerziens. Bedankt in ieder geval voor het digitaliseren van foto's en een beetje het verhaal over de omgeving waar mijn familie woonde.
met Liefde & Licht, Randy S Mark/ Brender á Brandis

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: