Stook

© copyright Cees de Vos, Digitale bewerking Henk Kersten/Stichting Noviomagus.nl

Stookvoorziening in de oorlogsjaren

In de oorlogsjaren was er een groot gebrek aan brandstof. De schaarste was het grootst in het laatste oorlogsjaar. De ellende werd vergroot in de strenge winterperiode van 1944-1945 met temperaturen van 20˚onder nul. Het waren de maanden dat de geallieerde troepen vanuit het Westen en de Russen vanuit hun land de Duitsers onder barre weersomstandigheden langzaam maar trefzeker terugdreven richting hun kapot gebombardeerde Heimat. 

In de klaslokalen van de St. Jansschool werd gestookt met cokes in grote hoge potkachels. Ik zie ons leerlingen in de winterochtend nog bibberend van de kou geschaard rondom die potkachel. In de meeste arbeiderswoningen werd slechts één kamer verwarmd; bij de vosjes aan de Hatertscheveldweg 504 was dat de kleine achterkamer middels ons knusse Salamanderkacheltje. In het weekend – als er kolen waren…?, ging in de voorkamer de luxe kolenhaard aan. Ook de slaapkamers werden niet verwarmd. Voor het slapen gaan namen we in de winter de winterjassen van de kapstok mee naar boven voor extra warmte. Ook werden oude stenen Bols-Jenever-kruiken met heet water gevuld die omzwachteld met een luier je voeten voor het slapen gaan enigszins op temperatuur hielden. Het zal niemand verbazen dat in de winter menig keer de ijsbloemen bij het opstaan op de slaapkamerramen zichtbaar waren. 
“IJsbloemen op de ramen”, zou dat vandaag nog voorkomen? 

De treurnis van de zinloze Tweede Wereldoorlog ’40 - ’45 heeft ons vosjes bij alle kommer en kwel niet weerhouden om de “Kerst in Nijmegen jaren ’40 ’” als een Zalige troost te ervaren. 

De kolen waren schaars en gingen als zoveel goederen op de bon. Het hele leven werd bepaald en geleefd met hulp van distributiebonnen. Er moet wat afgeplakt en gelikt zijn in menig huisgezin op zogenaamde distributiekaarten. Verder was er op rantsoen: groente, fruit, melk, taptemelk, boter, kaas, vis en nog veel meer…! Ook gebruiksgoederen als kleding ging op de bon. 

Bij gebrek aan kolen ging men in het holst van de nacht clandestien een niet al te grote boom in het Goffertpark te lijf om deze te kappen en vervolgens met mankracht het gevaarte mee naar huis te slepen. In onze achtertuin lag het ruwe takkenhout meters hoog opgestapeld. Dagelijks zorgden de grote jongens in ons gezin voor het nodige kort gehakt en gezaagd hout voor de Salamanderkachel in de achterkamer en het kookfornuis van mams in de keuken. 

Bron Google: Kookfornuis - Salamanderkachel

Als jong kind zocht ik langs de spoorbaan achter ons huis – vaak met gevaar voor eigen leven - tussen de kiezels en de nog houten spoorbielsen naar de door de stoomlocomotieven verloren antracietkolen en cokes. Los van het gevaar dat je als kind daar kon overkomen, was het zoeken naar brandstof tussen de rails een onprettig werkje: op je zoektocht naar brandstof voor de kachel kwam menig viezigheid op je weg o.a. wc-papier en zo meer…! Een en ander deerde je niet, steeds weer slaakte je een geluksgilletje bij het vinden van wéér een groot stuk antraciet!

>> Toen was geluk nog heel gewoon, ook het kleinste kooltje werd met vreugde begroet <<

Bron: www.lansink.tomaatnet.nl - Nijmegen
Spoorbaan met ingelaten houten spoorbielsen en kiezels. Na vervanging door de betonnen exemplaren in de jaren ’60 kregen de houten spoorbielsen in vele voor- en achtertuinen van woonhuizen een tweede leven.

De kleine betonnen spoorbrug bij de toen geheten: “Weg door het Jonkerbos”.

Mijn een jaar jongere broer Henk uit Julianadorp vertelt:
Met mijn broer Cees beleefde ik eens een spannend avontuur bij de spoorbaan achter ons huis. Wij struinden daar vaak rond om hagedissen en sprinkhanen te vangen tussen de helm en heidestruiken tegen de spoordijk. Ongeveer 300 meter vanaf de betonnen spoorbrug stond een stoomlocomotief wegens storing stil op het baanvak, voor ons belhamels was dat een ware sensatie. Dat gebeurde niet zo vaak.

Ons oog viel op de kolenwagen gevuld met antracietkolen gekoppeld aan de locomotief. “In een kolenwagen zo vol geladen, mist men een enkel brokje antraciet niet”, dachten wij zo. Het zou wel eens een gevaarlijke onderneming kunnen gaan worden! Sluiks gleden we de dijk af richting de onbemande locomotief. Met veel inspanning beklommen we de kolenwagen en kozen voor een immens groot stuk antraciet. “Nu we toch hier boven zijn, gaan we niet voor minder”, was ons motto. We zeulden de brok antraciet getweeën van de kolenwagen de greppel langs de spoorbaan in. Na de omgeving nog maar eens goed verkend te hebben werkten we stukje bij beetje de brok antraciet de dijk op naar boven. Daar aangekomen zien we tot onze grote schrik een politieagent over de spoorbrug fietsen. Het zou zomaar de bekende buurtpolitieman ‘de Snippert’ kunnen zijn…? En die was niet mis..! Als de sodemieter begroeven we ter plekke de brok antraciet. Een en ander liep voor ons gelukkig goed af. In de avond hebben we de antracietkool weer opgegraven en naar huis gesjouwd. Met een zware hamer is de grote brok verwerkt tot kleine brokjes. 

Het Salamanderkacheltje heeft er trouwens veel plezier aan beleefd. Kreunend van genot gaf onze zo gekoesterde warmtebron te kennen: “Dat is weer eens wat anders dan die eeuwige takkenzooi in mien stalen buuk!”

Bron: ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ - Lok nr. 1795 uit 1939 in Nijmegen (serie 1700/1800)
Stoomlocomotief nr. 1795 brengt hier groet aan Nijmegen….
De gekoppelde beladen kolenwagen achter de locomotief is hier goed te zien.

Kruispunt Wezenlaan/Groenestraat/Muntweg in 1948
Bron: “1948 wederopbouw Willem Smit” 

Ik herinner mij een voorval uit 1943 op het kruispunt: Wezenlaan/Groenestraat/Muntweg.

Ik was onderweg van de St. Jansschool naar huis. Er passeerde een Duitse transportauto richting St.Annastraat beladen met eierkolen. Bij het nemen van de bocht raakte de achterklep van de auto aan de onderkant los waardoor een hoeveelheid kolen op straat belandde. Als aasgieren stoven een groep huisvrouwen af op het zwarte goud dat voor het grijpen lag. Door het tumult werd de chauffeur gealarmeerd met als gevolg dat de vrachtwagen tot stilstand kwam. Er stapte twee Duitse soldaten uit met getrokken pistool. Met de kreet ”Liegen lassen” werden de mensen geduid af te zien met het verzamelen van de brandstof. Met een bezem veegden de Duitsers de brandstof ruwweg bij elkaar tot een hoop en vervolgens met een kolenschep terug in de laadbak. Na vertrek van de vrachtwagen bleven er nog wat weggerolde eierkolen in de goot achter voor de liefhebbers. Gretig werd er bezit van genomen.

Van mijn broer Jo de Vos (1931) vernam ik dat in de jaren ’30 dit kruispunt in het midden een klein eilandje had met wat groen erop. Weet iemand zich dat ook te herinneren..? 
Zijn er foto’s van ..? 

Toevoeging oktober 2011: Van Rob Essers ontving ik deze prachtige luchtfoto (uit 1939) van de Groenestraat met het complex van Willem Smit’s Transformatorenfabriek. Op het kruispunt der wegen links is het 'eilandje met de boom' zichtbaar. 'Vergroot' zie je links van de boom een stip wat mogelijk het bankje voorstelt. Helemaal rechts de Bilderdijkstraat met de oude huisjes waarin ik op donderdag 08 november 1934 ben geboren. Voor mij heel bijzonder dat dit boven water is gekomen..!
(zie ook reactie 1 en 2)

Gedurende mijn schooltijd (1941-1948) op de St. Jansschool aan de Groenestraat stond op dit kruispunt zo nu en dan een verkeersagent handmatig met mechanische klapborden het toen nog rustige verkeer te regelen. Dat boeide mij als jongen zeer en bracht mij op het idee om later ‘als ik groot ben’ politieman te worden. Het is er niet van gekomen. 

Bron Google. “Een geste voor de Kerstdagen…?

En wat hadden de agenten in mijn jeugd het makkelijk in vergelijk met de politiemensen vandaag de dag. Inbraken en overvallen ze waren er ook, maar in aantallen en intensiteit staat het in geen enkel opzicht in verhouding tot wat er in 2010 allemaal gebeurt. “Vroeger was alles beter”, wordt vaak door de ouderen onder ons gezegd. Voor mij is dat een gegeven! Het doet mij terug denken aan: “Weet je nog wel oudje, dat we een ‘trektouwtje’ uit de voordeur hadden hangen om zonder aan te bellen op elk moment van de dag naar binnen te kunnen gaan…?” Dat laat je in 2010 wel uit je moede hoofd; “Drie sloten op resp. voor en achterdeur en barricades rondom je huis”, is het advies van meneer de agent.

Bron: Willemskwartier in Nijmegen 1940 – 1945. Rangeerterrein langszij de Tollensstraat.

De enige foto die ik heb kunnen vinden van het rangeerterrein. De “Draaischijf” is hier niet zichtbaar. Op de voorgrond een ‘bomtrechter’ uit de Tweede Wereldoorlog.

Volgens de heer Rob Essers;
Linksboven zie je de Garage Moll aan de St. Annastraat met daarvoor de Tijmstraat. De kerktoren rechtsboven is van de H. Antonius te St. Anna aan de Groenestraat. De foto is gemaakt op de plaats waar nu de Ir. Wevestraat ligt. 
De “Draaischijf” lag veel verder naar rechts bij de Graafseweg. 

Bron: ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ 
‘ Voorstomende’ stoomlocomotieven in de parkeerloods in Nijmegen.

Als jong kind met gevoel voor techniek fascineerde mij de bedrijvigheid op het rangeerterrein gezien vanaf de Graafsebrug; inzonderheid de beweging van de “Draaischijf” met daarop de voor die dag te kiezen reisroute van een stoomlocomotief. Ook de in rijen opgestelde locomotieven in de parkeerloodsen maakte grote indruk op mij. Via eindeloos speuren op Internet, o.a. bij het Regionaal Archief Nijmegen en bij ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ , heb ik getracht foto’s te achterhalen van het rangeerterrein in Nijmegen in de jaren ’30 en ’40. Het lukte mij tot mijn grote vreugde één foto toegestuurd te krijgen van de heer Jos Zijlstra uit de ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ van de “Draaischijf” met daarop een stoomlocomotief.
Er moeten een veelheid aan foto’s van het rangeerterrein zijn gemaakt vanaf de Graafsebrug in de jaren ’30 -’40 – ‘50..? Wie helpt ons/mij aan deze kiekjes…?

Bron: ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ - Lok nr. 3419 in Nijmegen uit 1939 (serie 3400)
Stoomlocomotief voorstomend op weg naar de “Draaischijf”.

Bij het zoeken, ook in de winter, naar brandstof langs de spoorrails bij ons in de buurt en het clandestien kappen van bomen, scharrelden wij vosjes in de oorlogsjaren ook naar kolen bij het rangeeremplacement van de Nederlandse Spoorwegen. Door het drukke treinverkeer op het rangeerterrein was de kans groot dat er zo nu en dan brandstof als antraciet en cokes van de passerende wagons gleed en op de grond belandde en in de loop der tijd in de aarde verdween. Al porrend en scharrelend was het voor ons kinderen een klein kunstje om de in de grond getrapte kolen weer bovengronds te halen en deze brandstof in een meegenomen jutezak te verzamelen. Soms vonden we tot onze grote vreugd super grote brokken antracietkolen die de zak sneller deed bollen 

Bron: ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’ – Lok. Nr. 4388 uit 1957
Locomotief op de “Draaischijf”

Volgens de heer Rob Essers: 
Van links naar recht: Graafseweg (afrit van de twee Graafsebruggen), de Cartonnagefabriek van Kilsdonk, Zeepfabriek Dobbelmann (met dakreclame Castella…!) en drie huizen aan de Dr. Jan Berendsstraat Huisnr. (120 tot 124) met daarachter de Trompstraat.

Er waren dagen bij dat de kolenvondst op het rangeerterrein gering was en dagen dat we meer geluk hadden. Zo ook die ‘ bewuste dag’, hoewel…, het is maar hoe je het bekijkt…! 

Vroeg in de morgen – er waren meer kapers op de kust – waren wij (mijn zusje en ik) weer precent op het drukke rangeerterrein voor een maaltje kolen voor ons Salamandertje in de achterkamer. De dag verliep als vanouds. Alert zijnde voor de vele passerende treinen en stoomlocomotieven krabbelden wij ons jutezakje vol. Die dag hadden we een mazzeltje; een te ruim beladen wagon met een partij antracietkolen verloor een hoeveelheid brandstof dat door de aanwezigen kinderen in razend tempo werd verzameld. Op het moment dat mijn zusje en ik op het punt stonden om met onze ruime buit van die dag huiswaarts te keren werden we vanaf de Graafsebrug opgemerkt door een politieman die vervolgens het terrein op kwam en ons staande hield. We werden verzocht de jutezak te openen! Op de vraag waar wij de kolen vandaan hadden gaven we als antwoord dat wij de brandstof her en der uit de grond van het rangeerterrein hadden gepord! De agent geloofde ons verhaal niet en we werden opgepakt en belandden na een kort verhoor in het politiebureau in een cel…! Het was voor ons de eerste keer (en de laatste…!) dat we een politiecel van binnen zagen. Het verblijf in de cel was verre van aangenaam, het verlangen naar de warme stal bij ons thuis werd met de minuut sterker. In de namiddag werden onze ouders op de hoogte gesteld van de situatie. Vroeg in de avond kwam vader ons verlossen uit de voor een kind best enge opsluiting. Wat er tussen vader en de politie besproken is, is niet meer te achterhalen. 

Bron: ‘Collectie Spoorwegmuseum Utrecht’
Het seinhuisje in Nijmegen in 1980. Foto gemaakt kort voor de sloop..! Jammer….

Bron: ‘Thomas kolenwagen’. 
Spoorwagon van de Nederlandse Spoorwegen gevuld met kolen.

De jutezak met ‘gevonden kolen’ kregen we niet mee, de inhoud van de zak is na onze verlossing uit de cel vast niet teruggebracht naar het rangeerterrein vermoed ik zo…

De bevrijding in Nijmegen op woensdag 20 september 1944 bracht de Vrede, Veiligheid en Geborgenheid terug bij de mensen en kon er, na de bevrijding van heel Holland op zaterdag 05 mei 1945 gestart worden met de wederopbouw van “Herrijzend Nederland”. 

Cees de Vos - Dec. 2010
Soest

Reactie 1:

Willem van Doorn, 30-12-2010: Mooi verhaal, het geeft brandstof voor mijn bijdrage.

Na de oorlogsjaren leerde ik een familie kennen woonachtig in de Tollensstraat, lieve mensen die ook gebrek aan brandstof hadden. Zij hebben mij verteld hoe zij kolen van de spoorwegen kaapten. Aan de overzijde van de straat is de spoorkuil en daar ligt kolen opgeslagen. De bewaking bestaat uit een man met hond. Zij observeren de bewaking, zo zien zij kans de grote blokken vlamkolen te gappen en tegen de spoordijk omhoog te dragen. Het is een bezigheid voor meisjes en jongens, erg spannend.

Het beschreven pleintje op het kruispunt van Groenestraat, Weezenlaan en Muntweg. Ik heb daar een ander plaatje van in mijn herinnering, een pleintje met een lindeboom waar omheen vaste houten bankjes in zijn eenvoudigste vorm. Het moet er gestaan hebben tot eind jaren ’30 vorige eeuw, je kon daar heel makkelijk oversteken, nu niet meer Cees.

Willem van Doorn (1928)

Reactie 2:

Mark van Loon, 28-07-2013:
de boom op het kruispunt van Groenestraat, Wezenlaan en Muntweg zou in 1942 moeten verdwijnen volgens deze mededeling uit
De Kampioen van 3 januari 1942.

Reactiepagina
Reactie 3:

Redactie, 26-07-2017: Over de locomotieven­draaischijf leest u een interessante discussie op ons Prikbord.

REAGEER:

Uw aanvullingen of opmerkingen zijn welkom!
Met dit formulier kunt u (nog) geen foto's versturen. Gebruik daarvoor uw e-mailprogramma.
Opmaak kan wel, bv <b>Vet</b> of <i>cursief</i> geeft Vet of cursief.
 
 Uw naam: en mailadres: